Zuiderzee

De Zuiderzee heeft in de loop van de eeuwen verschillende vormen gehad.

 

De Zuiderzee was een grote binnenzee in het noordelijk deel van Nederland. Met de voltooiing van de Afsluitdijk in 1932 werd deze zee voor het belangrijkste deel afgesloten. Het binnendijkse deel heet sindsdien IJsselmeer (waarvan het Markermeer weer is afgesplitst), het buitendijkse deel is onderdeel geworden van de Waddenzee. De naam Waddenzee dateert van 1969 toen de Lauwerszee werd afgesloten. Voor die tijd werd er steeds gesproken over Het Wad. Het Wad bestond uit het: Friesche Wad, Groninger Wad en Uithuizer Wad. De oorspronkelijke oppervlakte van de Zuiderzee was circa 5.900 km².

Algemeen

Na het gereedkomen van de Afsluitdijk werd het binnendijkse water IJsselmeer genoemd, naar de rivier de IJssel die erin uitmondt. Het huidige IJsselmeer is nog maar ongeveer half zo groot als de oorspronkelijke zee.
Het andere deel van de voormalige Zuiderzee is door inpolderingen land geworden. In het oostelijk en zuidoostelijke deel zijn drie IJsselmeerpolders aangelegd. Deze vormen gezamenlijk de huidige provincie Flevoland.
Het IJsselmeer is met de aanleg van de Houtribdijk in 1976 opgesplitst in twee delen. Het zuidelijke gedeelte wordt sindsdien Markermeer genoemd, naar het voormalige eiland Marken dat hierin ligt. Dit meer zou worden ingepolderd om zo de Markerwaard te vormen, maar dit polderplan is van de baan.

Ontstaan

In het Subatlanticum bestond hier reeds een merencomplex en het werd rond het begin van de jaartelling door Romeinse auteurs Lacus Flevo (Flevomeer) genoemd.
Dit merencomplex was toen nog verhoudingsgewijs klein en stond in verbinding met de zee door een riviermonding of misschien een nauwe zeearm, waarschijnlijk het Vliestroomkanaal, tussen wat later de eilanden Vlieland en Terschelling zouden worden. Het Marsdiep was toen nog een riviermonding (fluvium Maresdiep).
In deze periode stond de Zuiderzee nog bekend als Aelmere. Gedurende de vroege middeleeuwen ging dit te veranderen. Onder invloed van de warme periode van 800-1200 steeg het zeeniveau. In 838 was er een eerste grote overstroming, waarbij volgens twee bronnen een groot aantal plaatsen werd verwoest. Daarna bleef het ruim twee eeuwen rustig.

 

De definitieve klap kwam met een serie van stormen in de 12e en vooral 13de eeuw, waarbij grote delen van het veenland wegsloegen.


Het begon met de Sint-Julianavloed in 1164.
Na de overstromingsrampen van 1212, 1214, 1219 (eerste Sint Marcellusvloed) en 1248 brak het zeewater in het Almere in, waarbij naar verluidt de duinenrij bij Callantsoog werd weggeslagen.

De natuurlijk ontstane barrières waren gebroken. Uit het binnenmeer was een binnenzee ontstaan.

Na de stormramp van 1282, waarbij de verbinding tussen Texel en het vasteland werd doorbroken, en de desastreuse St. Luciavloed in 1287, waarbij vele tienduizenden doden vielen, was dit proces voltooid en kwam de naam Zuiderzee algemeen in zwang.

In de loop der eeuwen werd het oorspronkelijke zoete water steeds zouter, brak water, en uiteindelijk werd de invloed van het zoute zeewater groter dan het zoet water uit de rivieren.

Handel en visserij

De overlevende bewoners van het omliggende land maakten er het beste van en werden actief in de handel.
Handelsschepen bevoeren de Zuiderzee; havensteden als Kampen en Harderwijk behoorden tot de Hanze, en via de Zuiderzee voeren VOC-schepen naar Hoorn en Amsterdam.

 

Ook werd er volop gevist. In 1900, toen de Zuiderzeevisserij op haar hoogtepunt was, waren er zo'n 3.000 platbodemschepen actief, waarmee werd gevist op haring, ansjovis, paling, bot en garnalen.

Keerzijde waren de voortdurende overstromingen, waarbij vaak veel slachtoffers vielen.

In de loop van de 19e eeuw eeuw rees het plan de Zuiderzee helemaal of gedeeltelijk in te polderen. Voor de internationale handelsvaart was de Zuiderzee toen al niet meer zo belangrijk.

Inpoldering paste ook in het vooruitgangsgeloof van het tijdperk van de industriële revolutie.
Het project zou veel nieuwe landbouwgrond opleveren, en zou de immer bedreigde kustlijn met ruim 250 kilometer inkorten. Dat laatste was van groot belang, omdat de Zuiderzee bekendstond als een woeste zee, die vaak voor overstromingen zorgde in het steeds dichter bevolkte Nederland.

Zuiderzeewerken

In 1886 richtten enkele notabelen de Zuiderzeevereniging op, die moest onderzoeken of drooglegging haalbaar was.
ir. Cornelis Lely trad in 1886 als veelbelovend ingenieur bij deze vereniging in dienst. Hij ontwierp in 1891 het eerste plan voor de afsluiting van de Zuiderzee.

 

In 1913, toen ir. Cornelis Lely inmiddels voor de derde maal minister van Verkeer en Waterstaat was, werd inpoldering opgenomen in het regeringsprogramma - ondanks protesten van de visserijsector.

Na de watersnood van 1916 waren de geesten rijp voor het megaproject en twee jaar later ging het parlement akkoord. De Zuiderzeewet werd aangenomen.
 

In juni 1920 werd het eerste deel van de Zuiderzeewerken aanbesteed: de aanleg van de 2,5 kilometer lange Amsteldiepdijk van Noord-Holland naar het eiland Wieringen. Bij dat project werd nuttige ervaring opgedaan die later van pas kwam bij de aanleg van de Afsluitdijk.

In augustus 1930 werd de Wieringermeerpolder drooggelegd. Het is de enige Zuiderzeepolder geweest. De polder werd voor de afsluiting van de zee drooggelegd omdat er heel veel vraag was naar landbouwgrond.

 

De aanleg van de Afsluitdijk begon in januari 1927. Op 28 mei 1932 werd de dam gesloten. De naam Afsluitdijk is enigszins misleidend. Het is geen dijk in de ware zin van het woord maar een dam. Zowel aan de kant van Noord-Holland als aan de kant van Fryslân zijn spui- en schutsluizen in de Afsluitdijk gebouwd.
In een dijk zit geen enkel kunstwerk waar het water doorheen gevoerd kan worden van de ene naar de andere kant. Een dijk is een harde scheiding.

 

Tussen 1936 en 1968 is gewerkt aan de IJsselmeerpolders: Noordoostpolder, Oostelijk Flevoland en Zuidelijk Flevoland, allemaal samengevoegd tot de huidige provincie Flevoland).
Aanvankelijk waren er plannen nog meer land in te polderen.
Zo werd in 1976 nog dwars door het IJsselmeer de Houtribdijk aangelegd in verband met de geplande inpoldering van de Markerwaard.
Deze is er nooit gekomen vanwege financiële redenen en toenemend verzet tegen verdere aantasting van het gebied rond de voormalige Zuiderzee. Op die manier heeft de omgeving aan de noordgrens van Amsterdam (De regio Waterland) het oorspronkelijke "open" karakter behouden.

De afsluiting had grote gevolgen voor de visserij en de natuur en het betekende de nekslag voor de duizenden vissers die op de Zuiderzee hun boterham verdienden.

Na de voltooiing van de Afsluitdijk veranderde de voormalige zee in een meer. Het water werd geleidelijk aan steeds zoeter. Nog een paar jaar hielden de haring en de ansjovis stand, maar toen verdwenen ze. De bruinvis en de zeehond waren toen al lang vertrokken. Veel vissers maakten gebruik van de Zuiderzeesteunwet en vroegen een uitkering aan.
Anderen werden bijvoorbeeld pluimveehouder of boer. Ook vishandelaren, zeilmakers en scheepbouwers werden werkloos.

Huidige situatie

 

Paling bleef lange tijd een belangrijke bron van inkomsten voor de vissers, al klagen deze wel over de sterke toename van aalscholvers die zich ook met de vis voeden.

Verder bieden het huidige IJsselmeer, de randmeren en Flevoland woon-, werk- en recreatiemogelijkheden en is er nieuwe natuur ontstaan zoals de Oostvaardersplassen in Zuidelijk Flevoland.

Voormalige Zuiderzeekust

De voormalige kustlijn van de Zuiderzee kan nog gevolgd worden via de 400 kilometer lange Zuiderzee fietsroute. In Enkhuizen is het Zuiderzeemuseum, waar, naast voorwerpen uit de geschiedenis van de Zuiderzeecultuur, ook een museumdorp is gebouwd met huizen uit diverse plaatsen rond de Zuiderzee.


Eilanden in de (voormalige) Zuiderzee

Bestand:Marken NASA.jpg
Marken, eiland in het Markermeer

Van de vijf eilanden die ten zuiden van de latere Afsluitdijk in de Zuiderzee lagen, bestaat alleen het voor Amsterdam liggende eiland Pampus nog als een echt eiland.

 


Ten noorden daarvan ligt Marken, dat sinds de aanleg van een dam in 1957 feitelijk een schiereiland is.
Wieringen is door de Wieringermeerpolder onderdeel geworden van het vaste land. Er zijn plannen geweest om het oorspronkelijke eiland weer los van het land te maken door middel van de aanleg van het Wieringerrandmeer tussen het Amstelmeer en het IJsselmeer. Dit project werd echter in 2010 afgeblazen.
Schokland en Urk zijn tenslotte opgegaan in de Noordoostpolder. Urk is nog wel een zelfstandige Nederlandse gemeente.

IJsseloog is een kunstmatig eiland in het Ketelmeer, dat werd aangelegd vanwege milieutechnische redenen.

In 1997 is men begonnen met het aanleggen van het eiland Ramsplaat in de IJsselmonding van het Ketelmeer.
Ten noorden van Andijk heeft men het eiland De Kreupel aangelegd, met als doel om de voedselbronnen voor de vogels beter bereikbaar te maken. In de luwte van het ca. 70 ha grootte natuurproject is een aanlegsteiger met circa 20 aanlegplaatsen.

Herinnering aan de Zuiderzee

 

De thema's Zuiderzee, inpoldering en IJsselmeer komen aan bod in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen en het Nieuw Land Erfgoedcentrum in Lelystad, en op Schokland.