Bij het stoomgemaal ir. D.F. Wouda zijn twee peilschalen aangebracht. Een peilschaal zit aan de zijde van het stroomkanaal waar het water wordt aangevoerd vanuit de Friese boezem om uitgeslagen te worden door het gemaal op het IJsselmeer. Het streefpeil op de Friese boezem is -0.52 cm NAP. Aan de zijde van het IJsselmeer zit eveneens een peilschaal, deze peilschaal geeft de stand van het water op het IJsselmeer aan.

""
Peilschaal aan de boezemzijde van het gemaal.
""
Peilschaal aan de zeezijde van het gemaal.

Het concept van de peilschaal mag oud lijken en bij poldermolens en gemalen horen, de historie laat echter wat anders zien. Er werd in het begin van het stoomtijdperk vooral "op zicht gemalen". Dat wat de molenaar of machinist waarnam was het peil waarop besloten werd om te gaan malen of te stoppen met malen. Dat op zicht malen was niet meer geheel maatgevend omdat de molenaar/machinist alleen de situatie ter plaatse in ogenschouw nam, namelijk bij de poldermolen of het gemaal. Om iedereen tevreden te stellen kwam er een objectieve methode: de peilschaal.

In veel gevallen gaf de voorzitter van een polderbestuur en later de dijkgraaf van het waterschap het sein om te gaan malen.