Veiligheidskleppen

Uit wiki

Ga naar: navigatie, zoeken

(in bewerking)

Volgens de Stoomwet moet elke ketel zijn voorzien van ten minste twee weiligheidskleppen, waarvan er één moet zijn afgesloten en alleen toegankelijk mag zijn voor de beheerder.

De veiligheidsklep heeft ten doel om de stoker er opmerkzaam op te maken dat de stoomdruk te hoog is opgelopen en om de stoom, zodra de maximaal toe te laten druk overschreden wordt, te laten ontwijken.

In de stoomtechniek zijn er twee soorten veiligheidskleppen toegepast: met gewichtsbelasting en met veerbelasting.
De stoom drukt onder tegen de klep en probeert de druk van het gewicht of van de veer te overwinnen. Onderstaande figuren zijn van het fabricaat Dikkers & Co. te Hengelo.

fig. 108 stoombedrijf

De uitvoering van een veiligheidsklep in fig. 108 is ontworpen voor stoomdrukken tot 32 at, waarbij het huis uit gietstaal en de klep en bedding uit een nikkelbronslegering bestaat.
Men onderscheidt veiligheidskleppen met directe en indirecte belasting. De klep van fig. 108 heeft een indirecte belasting, omdat het gewicht zijn werking uitoefent via een hefboom, waaraan het gewicht hangend zijn werking uitoefent. Als het gewicht rechtstreeks op de klep drukt, spreekt men van directe belasting.


fig. 109 stoombedrijf

Het ontwerp van fig. 109, met veer, is voor drukken tot 40 ato bestemd.
Aan de veiligheidskleppen met veerbelasting zit meestal nog een stang, de controlehefboom, waarmee de kleppen kunnen worden gecontroleerd door af en toe eens op de stang te drukken of eraan te trekken om te kijken of de werking van de veer nog correct is. Bij de klep uit fig. 109 oefent de veer een rechtsreekse druk op de klep uit: voorbeeld van een directe belasting.

Voor lage druk stoomketels gebruikt men meestal de veiligheidskleppen met een directe gewichtsbelasting, omdat de spanning hierbij zo laag is, dat een indirecte belasting (grotere krachtwerking) niet nodig is.

Bij ketels met zeer lage drukken (0,5 at) gebruikt men volgens de Stoomwet een systeem met een waterstandpijp van ca 5m, waarbij de stoom uit het hoogste reservoir bovenop de standbuis kan ontwijken.

(Uit: Het Stoombedrijf, door Nanno A. Imelman
Uitgeverij Kluwer, Deventer 1932)