Een 'stoomgemaal' is een gemaal dat door een stoommachine wordt aangedreven.

Stoomgemalen zijn in Nederland in gebruik vanaf het eind van de 18e eeuw; in 1787 werd in de Blijdorpse polder in Rotterdam de eerste stoompomp ingezet.

De bloeitijd van stoomgemalen ligt in de 19e eeuw. Ze vervingen de molengangen met windmolens en maakten de aanpak van grotere projecten mogelijk. De reusachtige stoomgemalen 'Gemaal Leeghwater|Leeghwater' (1846), 'Gemaal Cruquius' en 'Gemaal Lijnden' (beide 1849) maalden tussen 1849 en 1852 de Haarlemmermeer leeg. Het inpolderen van het meer maakte de bouw van de stoomgemalen 'Spaarndam' (1846) en 'Halfweg' (1853) noodzakelijk.

In de 20e eeuw zijn veel stoomgemalen omgebouwd tot dieselgemaal of gesloopt. Wel werden aanvankelijk nog enkele nieuwe stoomgemalen gebouwd. Het bekendste hiervan is het Ir. D.F. Woudagemaal (1920).

Stoomgemalen in Nederland

  • Het Stoomgemaal Halfweg|stoomgemaal bij Halfweg (1852) is het oudste nog werkende stoomgemaal.
  • Het stoomgemaal Gemaal Cruquius ooit het grootste stoomgemaal ter wereld, bezit geen stoomketels meer en is ingericht als museum. Sinds 2002 wordt de stoommachine van het gemaal door een hydraulisch systeem aangedreven, waardoor de acht zuigerpompen weer werken.
  • Het Ir. D.F. Woudagemaal nabij Lemmer (1920) is met een debiet van 4 miljoen liter water per minuut het grootste nog werkende stoomgemaal ter wereld en staat op de Werelderfgoedlijst van de Unesco.
  • Het stoomgemaal Mastenbroek op de Kamperzeedijk bij Zwartewaterland (1856)
  • Het stoomgemaal Hertog Reijnout (1883) bij Nijkerk
  • Het Putter Stoomgemaal (1886) bij Putten (Gelderland)|Putten
  • Het stoomgemaal De Tuut (1918) bij Appeltern
  • Het stoomgemaal Winschoten (1895) bij Winschoten
  • Het stoomgemaal Vier Noorder Koggen (1907) bij Medemblik (stad) werkt nog steeds. Hier is het Nederlands Stoommachine Museum gevestigd.

Categorie:Gemaal