Stoker

Een stoker had tot taak om het vuur in de ketels aan te leggen en te zorgen voor een zeer efficiënt gebruik van de brandstof: steenkool.

Er zijn voorbeelden bekend, waarbij de stoker een premie kreeg voor zuinig gebruik van steenkool, terwijl het gemaal of de machines in een door stoom aangedreven fabriek toch zeer goed konden draaien met een voldoende hoeveelheid stoom. De stoker op een stoomtrein kreeg eveneens een tarief voor zuinig stoken: hoeveel kolen gooi je op het vuur om het volgende station te halen en waar kun je het onderweg wat rustiger aan doen?

De stoker van landketels heeft zijn werkterrein vooral in het ketelhuis.

In het ketelhuis van het ir. D.F. Woudagemaal stonden tot 1955 zes kolengestookte ketelsystemen, die in dat jaar vervangen werden door de vier ketels van Werkspoor, welke tot 1967 eveneens op kolen werden gestookt. Daarna verdween hier de functie van stoker.

De stoker heeft een belangrijke functie, omdat hij medebepalend is voor wat de machinist met zijn machines kan doen, het vermogen voor de werktuigen (hoge en lage druk cilinders) wordt geleverd door de opgewekte stoom.

Bij grote stoomgemalen (vooral de boezemgemalen) waren de functies machinist en stoker van elkaar gescheiden, evenals bij andere stoombedrijven.

In een groot stoomgemaal werkte ook één of meerdere kolensjouwers, tremmers genaamd. Zij brachten de kolen vanuit de kolenbergplaats naar de plaats waar de stoker een handvoorraad wilde hebben. Kolensjouwers werden ook ingezet om de kolen, die veelal per schip werden aangevoerd, naar de bergplaats te kruien.

573×422px

Bij kleinere stoomgemalen (de poldergemalen) was er een stoker/ machinist, bij deze gecombineerde functie was er één persoon die de zorg had voor het ketelhuis, de ketels, het vuur en het opmalen van het water door middel van een scheprad, vijzel of pomp. In dat geval zorgde de machinist/stoker er ook voor dat de kolen bij de ketel kwamen.

,,Wie dicht bij het vuur zit warmt zich het best". Een stoker zat dicht bij het vuur zeker in het maalseizoen speelde een deel van het gezinsleven zich af in het ketelhuis waar het altijd warm was, in de dienstwoning werd dan minder gestookt om het huis te verwarmen.

600×434px

Stokers, machinisten hadden naast hun salaris ook vrij recht van wonen (in een dienstwoning) en vrij gebruik van kolen, al was dat kolenverbruik niet helemaal ongelimiteerd.
Als er een strenge winter was, dan gaf het bestuur van het waterschap, de dijkgraaf, toestemming voor een extra hoeveelheid, die uit de kolenvoorraard genomen mocht worden ten behoeve van eigen gebruik. Incidenteel deelde de kolensjouwer mee in deze secundaire arbeidsvoorwaarde. Doorgaans had de kolensjouwer geen eigen dienstwoning maar woonde in het dorp of deed dit werk er los bij.