Noordzeekanaal

Uit wiki

Ga naar: navigatie, zoeken

Noordzeekanaal

Het Noordzeekanaal is de meest efficiënte waterwegverbing tussen de havens van Amsterdam en de Noordzee. Amsterdam heeft lange tijd een slechte verbinding via het water gehad met de Noordzee. Vanaf het moment dat er handel werd gedreven en schepen een belangrijke positie innamen in het vervoer ging de route via de Zuiderzee om dan bij Texel de Noordzee in te kunnen varen. In de tijd van de Hanze en de VOC (1602 - 1795) bleek de Zuiderzee al een belangrijke hindernis te zijn niet in het minst door het eilandje Pampus, toen nog een groot uitgevallen zandplaat. Schepen dienden te wachten totdat er voldoende water om door te kunnen varen naar de havens. Een andere mogelijkheid was om de schepen over Pampus heen te tillen. De next best oplossing was om de grote schepen leeg naar de rede van Texel te laten varen en dan te bevoorraden, bij en gunstige wind werd het moment gekozen om naar zee te varen. Vlak voordat het schip voor de grote reis naar Kaap de Goede Hoop of het Verre Oosten vertrok kwamen alle belangrijke passagiers aan boord.

In die tijd werd er al op een nieuwe vaarweg gestudeerd. Op het voormalige eiland Marken zijn nog de restanten van één van deze studies te zien. Er zou een kanaal worden gegraven van Amsterdam naar de Zuiderzee waarbij de monding van het kanaal op het eiland Marken lag. Dat plan is nooit volledig gerealiseerd. En het zou tot in de 19e eeuw duren voordat de draad weer werd opgepakt.

Grote delen van Noord-Holland bestond toen uit droogmakerijen (Beenster, Heerhugowaard, Purmer en Schermer). Om al die droogmakerijen liep een ringvaart. Door al de ringvaarten met elkaar te verbinden en voor een deel de nog bestaande meren te gebruiken zou er een vaarroute binnendoor van Amsterdam naar Den Helder ontstaan. Het Noord-Hollands kanaal. Dit kanaal is nog steeds in gebruik al is dat niet meer over de volle lengte maar voor scheepvaartverkeer van en naar Purmerend Vetgedrukte tekstis het prima geschikt. Het Noord-Hollands kanaal begint tegenover Amsterdam Centraal en wordt door middel van sluizen afgesloten van het IJ.

Ook dit kanaal was niet wat men zocht in Amsterdam, de capaciteit van het kanaal was beperkt en de afstand te lang. Dat wil zeggen dat alleen de kleinere schepen gebruik konden maken van dit kanaal.

Amsterdam wilde een beteree verbinding en eigenlijk duurde het toen niet eens zo heel erg lang of de knoop werd doorgehakt om Amsterdam een rechtstreekse verbinding met de Noordzee te geven. Het IJ liep naar het westen altijd ver door. De gedachte was om het laatste stuk tussen de dorpen Beverwijk en IJmuiden door de duinen te graven en de nieuwe verbinding te kanaliseren. Zo zijn er aan de noord- en zuidzijde van het Noordzeekanaal nieuwe polders ontstaan. Van die polders aan de zuidzijde is weinig meer te herkennen omdat het Noordzeekanaal eindelijk dat succes was wat Amsterdam nodig had. De havens werden aan de westzijde van de stad uitgebreid en zodoende werden de nieuwe polders weer omgezet in water en kaden.

Het Noordzeekanaal is tussen 1865 en 1876 gegraven en heeft op de waterspiegel een breedte van 38 meter en een diepte van 9 meter. Ter vergelijking: het Noord-Hollandskanaal was 9 meter breed en 6 meter diep. Inmiddels is het kanaal breder en dieper.

Bij IJmuiden ligt een groot sluizencomplex en de maximumcapaciteit is binnen handbereik. Daarom wordt er over nagedacht om de noordersluis belangrijk te vergroten. In de toekomst kunnen grotere schepen dan toch naar Amsterdam door blijven varen. De lengte en de breedte van schepen mogen dan misschien op deze manier nog oplosbaar zijn aan de diepte kan niemand meer iets veranderen. Nadat het kanaal gereed was was er wat de diepte betreft geen enkele belemmering. In de jaren vijftig van de 20e eeuw kwam daar voor het eerst verandering in toen de Velsertunnel werd aangelegd. Deze tunnel verving de bestaande veerverbinding tussen de noordelijke en zuidelijke oever van het Noordzeekanaal. Het autoverkeer nam fors toe als gevolg van de toegenomen welvaart. Aan de noordzijde was veel zware en grote industrie (Hoogovens en de papierfabriek Van Gelder) gevestigd waardoor werknemers altijd met de veerboot over het kanaal moesten. Door de Velsertunnel kwam er een eind aan deze barriere en konden autoverkeer en scheepvaartverkeer ongestoord door blijven gaan. Naast de autotunnel is tegelijkertijd een spoortunnel aangelegd. Vanzelfsprekend zijn de tunnels nu de bepalende factor voor de diepte van de schepen.

Na de Velsertunnel zijn er inmiddels meerdere tunnels onder het Noordzeekanaal aangelegd: de Wijkertunnel, die de Velsertunnel ontlast, meer naar Amsterdam: de Hemtunnel in de spoorlijn Amsterdam - Zaandam en dan de tunnels voor het autoverkeer: de Coentunnel I en II in de ring A-10 west van Amsterdam, de IJtunnel in de weg van Amsterdam naar Waterland en de Zeeburgertunnel eveneens in de ring A-10 oost. De Zeeburgertunnel is weer een mooi Hollands voorbeeld van een poldercompromis. Een tunnel onder het hele kanaal waar het kanaal in het IJ en het IJsselmeer komt zou te duur zijn. Een brug over de hele afstand zou op termijn mogelijk een belemmering zijn voor grotere schepen dus werd de idee bedacht van een combinatie: brug en tunnel.

Naast de vaste oververbindingen varen er op enkele plaatsen nog steeds veerboten over het kanaal: bij Velsen zuid en bij Buitenhuizen en verschillende veerboten vanaf Amsterdam Centraal met ieder een eigen bestemming in Amsterdam Noord.

Het Noordzeekanaal loopt van de sluizen bij IJmuiden tot aan Amsterdam Centraal daar verandert de naam in Het IJ. De meeste zeeschepen die bij IJmuiden het Noordzeekanaal opvaren zullen tot aan één van de havens aan de westzijde van Amsterdam varen. De binnenvaartschepen die van het IJsselmeer via het IJ binnenkomen kunnen dan nog via het Noordzeekanaal naar de havens of IJmuiden doorvaren.

Pas in 1876 kreeg Amsterdam de verbinding waar het al vanaf de Gouden Eeuw behoefte aan had gehad. Eerdere studies waren technisch nog niet uitvoerbaar en in de negentiende eeuw was er een voortvarende Koning Willem III die de handel een handje wilde hebben en het belang inzag van een goed stelsel van waterwegen. In het geval van Amsterdam heeft dat inzicht goed uitgepakt.