Ketelhuis

Uit wiki

Ga naar: navigatie, zoeken

Ketelhuis

Een stoomgemaal is opgebouwd rond drie kernelementen: opvoerwerktuig, machinehal en ketelhuis. Het gemaal is echter niet compleet zonder de schoorsteen en de kolenloods nog te noemen. Deze twee elementen staan doorgaans los van het aaneengesloten gebouwde deel van een stoomgemaal.

Het bouwvolume van het stoomgemaal bestaat uit machinehal en ketelhuis. Daar zijn varianten op te bedenken: Bij kleine stoomgemalen zal het duidelijk zijn dat de ruimte beperkt is: 1 ketel en 1 opvoerwerktuig.

Uit een onderzoek naar de ordening van de ruimte in stoomgemalen kwam naarvoren dat er vier modellen denkbaar zijn, die plattegronden dienen als blauwdruk voor de andere gemalen. Uitzonderingen bevestigen de regel omdat de Noordhollandse indeling niet alle stoomgemalen in een model kan vangen.

De machinehal is de ruimte waar het opvoerwerktuig is opgesteld. Bij een scheprad zorgt dat direct voor een probleem omdat het scheprad doorgaans buiten het gemaal is geplaatst, het gemaal van de polder Mastenbroek en het boezemgemaal in Spaarndam laten zien dat de schepraderen in een aparte ruimte waren ondergebracht. Bij Spaarndam gaat het om twee vleugels met ieder vijf schepraderen. Bij Mastenbroek is het scheprad in een overdekte ruimte naast de machinehal geplaatst.

Het ketelhuis geeft aan waar het voor staat: er staat een ketel om stoom te produceren om het opvoerwerktuig in werking te stellen. De meeste poldergemalen hebben in het ketelhuis één ketel en een beperkte ruimte voor een handvoorraad steenkool, voor direct gebruik. Verder is er in het ketelhuis wat gereedschap te vinden. De machinist/ stoker van een poldergemaal werd vaak geselecteerd op zijn technische vaardigheden zodat hij kleine reparaties zelfstandig uit kon voeren.

Wat bij het ir. D.F. Woudagemaal opvalt is het enorme bouwvolume. Het is een groot boezemgemaal. Over de indeling en de maten is destijds goed nagedacht er is een zekere verhouding tussen de maatvoering van het ketelhuis en de machinehal.

Bij binnenkomst in het ketelhuis springen de vier huidige ketels er uit. Verder de leidingen die in verschillende kleuren van de ketels door het ketelhuis lopen en ieder hun eigen bestemming hebben. Verder de filterbakken die opgesteld staan om gebruikte grondstoffen te kunnen recycelen en opnieuw te gebruiken.

De zes kleinere ketels die vanaf 1920 in gebruik waren werden in 1955 vervangen door de huidige vier ketels (Werkspoor Amsterdam). Weliswaar zijn de huidige vier ketels in omvang groter dan hun zes voorgangers maar er bleef voldoende ruimte over om een werkplaats in te richten.

Dat de ketels groot zijn komt omdat er een behoorlijke grote hoeveelheid water in gestookt kan worden per ketel wordt er 25.000 liter water ingelaten. De ketels ogen ook groot door de bekleding die er omheen zit. Een ketel kan worden vergeleken met een thermosfles, deze bestaat ook uit meerdere isolerende lagen om de inhoud van de fels over langere tijd op temperatuur te kunnen houden.

Nu de ketels oliegestookt zijn duurt het slechts acht uur voordat er stoom is ontstaan die gebruikt kan worden in de machinehal. In de periode 1920 - 1967 duurde het een volle dag om door middel van steenkool het water op de vereiste temperatuur te krijgen. Voor stokers zit er niet veel anders op dan te wachten. Belangrijk voordeel: tijdens het wachten is het nooit koud in het ketelhuis.

Voor het normale bedrijfsproces bij het Woudagemaal worden drie van de vier ketels gebruikt. De niet in gebruik zijnde ketel kan altijd nog opgestart worden als er bij één van de andere drie een calamiteit is. Of in een zeer bijzondere situatie worden alle vier de ketels gebruikt om meer vermogen op te wekken en daardoor meer water uit te kunnen slaan. De productie wordt dan aanzienlijk opgevoerd. Het verschil kan daarbij oplopen tot 1 miljoen m3 per dag.

Bij het besluit dat genomen wordt om het Woudagemaal in te zetten bij het wegpompen van overtollig water in de Friese boezem moet dit aspect van de lange tijd van voorbereiding altijd worden meegewogen, je hebt niet in een handomdraai de beschikking over grote hoeveelheden stoom.

In het ketelhuis valt nog een aspect op: de vloer. De vloer is van gietijzeren tegels gemaakt. Met het in en uitrijden van de kolenkarren had dit als belangrijk voordeel dat de tegels slijtvast waren en tegen een stootje bestand.

Het ketelhuis kan met recht het hart van een stoomgemaal worden genoemd. Het ketelhuis van het Woudagemaal vormt daar geen uitzondering op. Als het stormseizoen voorbij is, is er altijd wel iets te doen aan klein of groot onderhoud. Verder spelen de veligheidsregels een grote rol waardoor het noodzakelijk is om met enige regelmaat weer aanvullende voorzieningen aan te brengen in het ketelhuis.