IJsselmeer

Uit wiki

Versie door Vincent Erdin (Overleg | bijdragen) op 27 aug 2012 om 21:20 (Nieuwe pagina aangemaakt met 'Het IJsselmeer is in 1932 ontstaan toen de Afsluitdijk werd gesloten en een verbinding in de voormalige Zuiderzee vormde. Het deel tussen de Noordzee en de voormalige ...')

(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

Het IJsselmeer is in 1932 ontstaan toen de Afsluitdijk werd gesloten en een verbinding in de voormalige Zuiderzee vormde. Het deel tussen de Noordzee en de voormalige Zuiderzee werd vanaf dat moment Waddenzee genoemd en het overige deel van de voormalige Zuiderzee staat nu bekend onder de naam IJsselmeer.

Het IJsselmeer wordt in belangrijke mate gevoed door het water van de rivier de IJssel. Daarnaast zijn er nog tal van beken en kanalen die direct of indirect op het IJsselmeer uit komen. Naast het ir. D.F. Woudagemaal begint of eindigt het Prinses Margrietkanaal.

Nadat het meer in 1932 was ontstaan had dit belangrijke gevolgen voor de flora en fauna rondom en op het water. Zoutwater werd geleidelijk aanbrak en in 1934 was het water al grotendeels zoet. De visserij moest zich hierop aanpassen of verdween omdat de visstand sterk daalde. De vis kon niet meer vrij in en uitzwemmen door de vrijwel algehele afsluiting.

Het IJsselmeer vormt een belangrijk zoetwaterreservoir voor de aangrenzende provincies. In tijden van droogte en vooral in het voorjaar als er sprake is van grote verdamping wordt er op grote schaal water vanuit het IJsselmeer in het boezemsysteem ingelaten. Ook het Wetterskip Fryslân laat dan water in. Naast het ir. D.F. Woudagemaal is een inlaatsluis gebouwd waar alleen water de boezem in kan stromen. Door het peilverschil op het IJsselmeer - 0.20 cm NAP en de dieper gelegen boezem van Friesland ( -0.52 cm) ,,valt" het water naar beneden en stroomt naar binnen.

Omdat ook de andere aangrenzende provincies gebruik maken van dit zoetwaterreservoir is het niet toegestaan om ongelimiteerd water aan het meer te onttrekken. Ook de scheepvaart moet veilig gebruik kunnen blijven maken van de vaarroutes die over het IJsselmeer lopen o.a. Prinses Margrietkanaal - Amsterdam.

Het IJsselmeer kent nauwelijks diep water. Op veel plaatsen is het niet dieper dan 3 - 5 meter. Met hier en daar een uitschieter naar 10 - 15 meter.

In tijden ven extreme droogte wordt er zelfs water vanuit het IJsselmeer aangevoerd naar delen van de provincie Zuid-Holland, in feite wordt er dan gebruik gemaakt van een omgekeerde stroomrichting. Water uit het IJsselmeer is dan vooral nodig om de zogenaamde ,,zoutwatertong" die bij droogte via de Nieuwe Waterweg en de Hollandse IJssel dieper landinwaarts dringt terug te dringen. Grote concentraties zout komen dan tot voorbij Gouda voor. Een te hoge concentratie zout in het water is slecht voor de land- en tuinbouw.

In het IJsselemeer zijn meerdere sluizen gebouwd om de scheepvaart doorgang te verlenen. Bij Lelystad in de Markerwaarddijk, de dijk tussen Lelystad - Enkhuizen de Houtribsluis. Hier vaart het scheepvaartverkeer van het IJsselmeer het Markermeer in of uit. Bij Enkhuizen ligt het tweede sluizencompex: de Krabbersgatsluis. Enkele jaren geleden is dit complex belangrijk aangepast door een naviduct te bouwen. Scheepvaart- wegverkeer zijn op dit punt van elkaar gescheiden.