Ketelhuis en Overgang naar oliestook: verschil tussen pagina's

Uit Wouda's Wiki
(Verschil tussen pagina's)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
imported>Jan Pieter Rottine
 
imported>Jan Pieter Rottine
 
Regel 1: Regel 1:
Een '''stoomgemaal''' is opgebouwd rond '''drie''' '''kernelementen''': het '''[[opvoerwerktuig]]''', '''[[machinekamer]]''' en '''[[ketelhuis]]'''.
Voor het '''[[ir. D.F. Woudagemaal]]''' gebruikt men '''[[zware stookolie|dieselolie]] en [[zware stookolie]]'''.


Het gemaal is echter niet compleet zonder de '''[[schoorsteen]]''' en de '''[[kolenloods]]''' nog te noemen. Deze twee elementen staan '''doorgaans los van het aaneengesloten gebouwde deel van een stoomgemaal'''.
Sinds 1967 is men voor het '''[[ir. D.F. Woudagemaal]]''' '''overgeschakeld van het stoken met steenkolen op het stoken met olie'''.


Het '''bouwvolume''' van het stoomgemaal bestaat uit '''[[machinekamer]]''' en '''[[ketelhuis]]'''. Daar zijn varianten op te bedenken: bij kleine stoomgemalen zal het duidelijk zijn dat de ruimte beperkt is: 1 ketel, 1 stoommachine en 1 opvoerwerktuig.
[[Bestand:Stokersgereedschap_8.jpg|600×388px|link=]]


Uit een onderzoek naar de ordening van de ruimte in stoomgemalen kwam naar voren dat er '''vier modellen''' denkbaar zijn, deze plattegronden dienen als '''blauwdruk voor de andere gemalen'''. Uitzonderingen bevestigen de regel, omdat de Noordhollandse indeling niet alle stoomgemalen in een model kan vangen.
De '''aanleiding''' hiertoe was '''in de eerste plaats het feit dat men voor de maalperiodes van het ir. D.F. Woudagemaal steeds moeilijker los personeel kon inhuren voor het tremmen en stoken van de steenkolen'''. Was er in periode van het stoken met steenkool '''vanaf 1920 eerst gemakkelijk dergelijk personeel in te huren''' (Lemster vissers die dit werk graag aannamen als extra bijverdiensten), '''in de laatste jaren''' voor het besluit van de overgang naar oliestook '''werd het steeds moeilijker tremmers en stokers onder contract te kijgen'''. Door het contract (een soort 0-urencontract) '''verplichtte het losse personeel zich oproepbaar te zijn''', zij moesten dus in de buurt van het gemaal blijven. Door de toenemende welvaart was de bijverdienste niet meer acuut noodzakelijk en het personeel was veel mobieler geworden: '''men wilde zich niet meer binden'''.  


De '''[[machinekamer]]''' is de ruimte waar het '''[[opvoerwerktuig]]''' is opgesteld. Bij een '''[[scheprad]]''' zorgt dat direct voor een probleem, omdat het scheprad '''doorgaans buiten het gemaal''' is geplaatst. Het gemaal van de '''polder Mastenbroek''' en het '''[[boezemgemaal]]''' in '''Spaarndam''' laten zien, dat de '''[[scheprad|schepraderen]]''' in een aparte ruimte waren ondergebracht. Bij Spaarndam gaat het om twee vleugels met ieder vijf schepraderen. Bij Mastenbroek is het scheprad in een overdekte ruimte naast de machinekamer geplaatst.
[[Bestand:Ketelombouw_1.jpg|600×388px|link=]]  


Het '''ketelhuis''' geeft aan waar het voor staat: er staat '''een ketel om stoom te produceren''' om de '''s[[toommachine]]''' en daarmee weer het '''[[opvoerwerktuig]]''' in werking te stellen.
De '''ontdekking van de gasbel bij Slochteren en de vele bijkomende kleinere aardgasvelden''' in de provincies Groningen en Friesland in het noorden van Nederland betekent in feite '''de neergang van de Nederlandse (staats)kolenmijnen''' in Zuid-Limburg. In de jaren '70 komt er '''een definitief einde aan de delving van steenkolen in Nederland'''.
<br>De '''meeste poldergemalen''' hebben in het ketelhuis '''één ketel''' en een '''beperkte ruimte voor een handvoorraad steenkool''', voor direct gebruik. Verder is er in het ketelhuis wat '''stokers[[gereedschap]]''' te vinden. De '''[[machinist]]/[[stoker]]''' van een poldergemaal werd vaak '''geselecteerd op zijn technische vaardigheden''', zodat hij '''kleine reparaties zelfstandig uit kon voeren'''.


Wat bij het '''[[ir. D.F. Woudagemaal]]''' opvalt is het '''enorme bouwvolume'''. Het is een groot '''[[boezemgemaal]]'''. Over de indeling en de maten is destijds goed nagedacht er is een '''zekere verhouding tussen de maatvoering van het ketelhuis en de machinehal.'''
[[Bestand:Ketelombouw_2.jpg|600×388px|link=]]


Bij binnenkomst in het ketelhuis springen de '''vier''' huidige '''ketels''' er uit. Verder de '''leidingen die in verschillende kleuren van de ketels door het ketelhuis lopen en ieder hun eigen bestemming hebben'''. Verder de '''filterbakken''' die opgesteld staan om gebruikte grondstoffen te kunnen recyclen en opnieuw te gebruiken.
Voor het '''[[ir. D.F. Woudagemaal]]''' betekent '''het einde van de steenkolenproductie''' dat men '''naar alternatieve brandstoffen moet zoeken'''. Er worden omstreeks deze tijd, zoals bij vele <strong>[[stoombedrijven]]</strong>, '''proeven genomen met het stoken van bruinkool en turf'''.
<br>Deze brandstoffen '''leveren niet de resultaten op die men nastreeft'''. Bovendien geven deze brandstoffen ook '''te weinig perspectief voor een regelmatige aanvoer in een lange reeks van jaren''' voor de toekomst.


De zes kleinere ketels, die vanaf 1920 in gebruik waren, werden '''in 1955 vervangen''' door de huidige vier ketels ('''Werkspoor Amsterdam''').
[[Bestand:Ketelombouw_3.jpg|600×388px|link=]]
Weliswaar zijn de huidige vier ketels in omvang groter dan hun zes voorgangers, maar er bleef voldoende ruimte over om '''een werkplaats''' in te richten.  


Dat de ketels groot zijn komt, omdat er een behoorlijke grote hoeveelheid water in gestookt kan worden. Per ketel wordt er '''25.000 liter''' water ingelaten. De ketels ogen ook groot door de bekleding die er omheen zit. Een ketel kan worden vergeleken met een thermosfles, deze bestaat ook uit meerdere isolerende lagen om de inhoud van de fels over langere tijd op temperatuur te kunnen houden.  
Het stoken met '''zware stookolie is het enig overblijvende alternatief dat voor de toekomst voldoende zekerheid geeft'''.  


Nu de ketels oliegestookt zijn duurt het slechts '''acht uur''', voordat er stoom is ontstaan, die gebruikt kan worden in de machinehal. In de periode '''1920 - 1967''' duurde het '''een volle dag''' om door middel van steenkool het water op de vereiste temperatuur te krijgen.  
'''Voorafgaand aan deze beslissing''' zullen er ongetwijfeld vele scenario's voor het ir. D.F. Woudagemaal de revue hebben gepasseerd:
<br>Voor stokers zit er niet veel anders op dan te wachten. Belangrijk voordeel: tijdens het wachten is het nooit koud in het ketelhuis.
-Moest men '''stoppen met de stoominstallatie'''? Waarschijnlijk heeft het feit dat er nog vrij nieuwe ketels in het gemaal aanwezig waren een rol gespeeld om toch te blijven werken met stoomenergie
-Moest men de '''stoominstallatie ontmantelen en overgaan op een ander aandrijfsysteem'''? Men kan hierbij denken aan dieselmotoren of elektromotoren of een combinatie van beide
-Moest men stoppen met het ir. D.F. Woudagemaal en '''een geheel nieuw modern gemaal bouwen'''? (Dat stond al gepland voor in Stavoren)


Voor het normale bedrijfsproces bij het '''[[ir. D.F. Woudagemaal]]''' worden '''drie van de vier ketels''' gebruikt. De niet in gebruik zijnde ketel kan altijd nog opgestart worden als er bij één van de andere drie een calamiteit is. Of in een zeer bijzondere situatie worden alle vier de ketels gebruikt om meer vermogen op te wekken en daardoor meer water uit te kunnen slaan. De productie wordt dan aanzienlijk opgevoerd. Het verschil kan daarbij oplopen tot 1 miljoen m3 per dag.
[[Bestand:Ketelombouw_4.jpg|600×388px|link=]]  


Bij het besluit dat genomen wordt om het '''[[ir. D.F. Woudagemaal]]''' in te zetten bij het wegpompen van overtollig water in de
'''Uiteindelijk heeft men voor een nieuwe brandstof''' gekozen '''en de stoominstallatie behouden'''.
'''[[Friese boezem]]''' moet dit aspect van de lange tijd van voorbereiding altijd worden meegewogen, je hebt niet in een handomdraai de beschikking over grote hoeveelheden stoom.


In het ketelhuis valt nog een aspect op: '''de vloer'''. De vloer is van '''gietijzeren tegels''' gemaakt. Met het in en uitrijden van de '''kolenkarren''' had dit als belangrijk voordeel dat de tegels slijtvast waren en tegen een stootje bestand waren.
'''De ombouw van de ketels voor oliestook''' zal behoorlijk wat voeten in de aarde hebben gehad: de '''vuurgangen''' moesten '''een nieuw vuurfront''' krijgen en '''roosters moesten worden verwijderd'''. Ook moest de oliestook worden '''geautomatiseerd'''.
Dit werk is uitgevoerd onder leiding van de heer '''D. de Bruijne'''. '''(zie: [[Oud-medewerkers]])'''  


Het ketelhuis kan met recht het '''hart van een stoomgemaal''' worden genoemd. Het ketelhuis van het '''[[ir. D.F. Woudagemaal]]''' vormt daar geen uitzondering op. Als het stormseizoen voorbij is, is er altijd wel iets te doen aan klein of groot onderhoud. Verder spelen de veligheidsregels een grote rol, waardoor het noodzakelijk is om met enige regelmaat aanvullende voorzieningen aan te brengen in het ketelhuis.
[[Bestand:Ketelombouw_6.JPG|600×400px|link=]]


'''(zie voor het [[ir. D.F. Woudagemaal]] ook: [[stoomketels van het type Piedboeuf]] en [[Schotse ketels]])'''
In het '''[[ir. D.F. Woudagemaal]]''' gebruikt men '''zware brandstofolie (MFO) van de categorie ca 3500 sec. Redwood I'''.  De aanduiding in “Redwood I 3500 seconden” is een aanduiding voor '''[[viscositeit]]'''. Er is een rechtstreeks verband tussen de verschillende viscositeiteenheden. (zie: '''[[zware stookolie]]''')
Redwood I behoort tot de residuale stookoliën.
 
In de opstartprocedure van het gemaal gebruikt men '''eerst [[dieselolie]]'''. Bij voldoende stoomproductie '''schakelt men over op de [[zware stookolie]]'''.
 
'''(zie ook: [[Het stoken met olie als brandstof]])'''

Versie van 7 okt 2014 12:24

Voor het ir. D.F. Woudagemaal gebruikt men dieselolie en zware stookolie.

Sinds 1967 is men voor het ir. D.F. Woudagemaal overgeschakeld van het stoken met steenkolen op het stoken met olie.

600×388px

De aanleiding hiertoe was in de eerste plaats het feit dat men voor de maalperiodes van het ir. D.F. Woudagemaal steeds moeilijker los personeel kon inhuren voor het tremmen en stoken van de steenkolen. Was er in periode van het stoken met steenkool vanaf 1920 eerst gemakkelijk dergelijk personeel in te huren (Lemster vissers die dit werk graag aannamen als extra bijverdiensten), in de laatste jaren voor het besluit van de overgang naar oliestook werd het steeds moeilijker tremmers en stokers onder contract te kijgen. Door het contract (een soort 0-urencontract) verplichtte het losse personeel zich oproepbaar te zijn, zij moesten dus in de buurt van het gemaal blijven. Door de toenemende welvaart was de bijverdienste niet meer acuut noodzakelijk en het personeel was veel mobieler geworden: men wilde zich niet meer binden.

600×388px

De ontdekking van de gasbel bij Slochteren en de vele bijkomende kleinere aardgasvelden in de provincies Groningen en Friesland in het noorden van Nederland betekent in feite de neergang van de Nederlandse (staats)kolenmijnen in Zuid-Limburg. In de jaren '70 komt er een definitief einde aan de delving van steenkolen in Nederland.

600×388px

Voor het ir. D.F. Woudagemaal betekent het einde van de steenkolenproductie dat men naar alternatieve brandstoffen moet zoeken. Er worden omstreeks deze tijd, zoals bij vele stoombedrijven, proeven genomen met het stoken van bruinkool en turf.
Deze brandstoffen leveren niet de resultaten op die men nastreeft. Bovendien geven deze brandstoffen ook te weinig perspectief voor een regelmatige aanvoer in een lange reeks van jaren voor de toekomst.

600×388px

Het stoken met zware stookolie is het enig overblijvende alternatief dat voor de toekomst voldoende zekerheid geeft.

Voorafgaand aan deze beslissing zullen er ongetwijfeld vele scenario's voor het ir. D.F. Woudagemaal de revue hebben gepasseerd: -Moest men stoppen met de stoominstallatie? Waarschijnlijk heeft het feit dat er nog vrij nieuwe ketels in het gemaal aanwezig waren een rol gespeeld om toch te blijven werken met stoomenergie -Moest men de stoominstallatie ontmantelen en overgaan op een ander aandrijfsysteem? Men kan hierbij denken aan dieselmotoren of elektromotoren of een combinatie van beide -Moest men stoppen met het ir. D.F. Woudagemaal en een geheel nieuw modern gemaal bouwen? (Dat stond al gepland voor in Stavoren)

600×388px

Uiteindelijk heeft men voor een nieuwe brandstof gekozen en de stoominstallatie behouden.

De ombouw van de ketels voor oliestook zal behoorlijk wat voeten in de aarde hebben gehad: de vuurgangen moesten een nieuw vuurfront krijgen en roosters moesten worden verwijderd. Ook moest de oliestook worden geautomatiseerd. Dit werk is uitgevoerd onder leiding van de heer D. de Bruijne. (zie: Oud-medewerkers)

600×400px

In het ir. D.F. Woudagemaal gebruikt men zware brandstofolie (MFO) van de categorie ca 3500 sec. Redwood I. De aanduiding in “Redwood I 3500 seconden” is een aanduiding voor viscositeit. Er is een rechtstreeks verband tussen de verschillende viscositeiteenheden. (zie: zware stookolie) Redwood I behoort tot de residuale stookoliën.

In de opstartprocedure van het gemaal gebruikt men eerst dieselolie. Bij voldoende stoomproductie schakelt men over op de zware stookolie.

(zie ook: Het stoken met olie als brandstof)