Haarlemmermeer

Uit wiki

Versie door Vincent Erdin (Overleg | bijdragen) op 11 jun 2013 om 19:42 (Nieuwe pagina aangemaakt met ''''Haarlemmermeer''' Vanouds een groot '''binnenmeer''' gelegen in de driehoek: '''Amsterdam''', '''Haarlem''' en '''Leiden.''' Het meer is in belangrijke mate o...')

(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

Haarlemmermeer

Vanouds een groot binnenmeer gelegen in de driehoek: Amsterdam, Haarlem en Leiden.

Het meer is in belangrijke mate ontstaan en groter geworden door het afgraven van veen. Omdat er geen zorgplicht bestond voor het ontgonnen gebied werd dit achtergelaten en kon vol water stromen. Het meer werd hierdoor bij iedere afgesloten afgraving weer iets groter. De najaarsstormen doen de rest: het water werd meer dan eens opgezweept tot aan de stadspoorten van Amsterdam en of Leiden, afhankelijk hoe de wind stond.

Het iedere keer aanleggen van dijkjes om het meer heen was een tijdrovende en kostbare zaak. Inpolderen was een optie maar tegelijkertijd een hachelijke onderneming. Het zou de grootste droogmakerij worden in de Nederlandse geschiedenis. De droogmakerijen in de 17e eeuw: Beemster, Schermer en Purmer waren minder groot. De Haarlemmermeer bleef lange tijd onaangetast.

Wel werden er voortdurend plannen gemaakt om het meer te bedwingen. Die liepen allemaal op niets uit omdat het project te omvangrijk werd geacht en te weinig kansrijk. Leeghwater die ook bekend is van de andere droogmakerijen had zijn tanden er al op stuk gebeten.

Pas na de zoveelste overstroming kwam er vlak na 1830 schot in deze langdurige zaak. Koning Willem I wilde dat er een eind zou komen aan de aanhoudende problemen, door het plotseling overlijden van koning Willem I moest koning Willem II verder met deze zaak.

Een van de belangrijkste technische vraagstukken van dat moment was: windkracht of stoomkracht. Of een combinatie. Het zou de eerste keer zijn dat er op deze schaal gebruik zou worden gemaakt van stoomkracht, in Nederland was nergens ervaring opgedaan. Er waren wel enkele stoomgemalen maar die waren tot dat moment op één hand te tellen.

Omdat alles nieuw en vooral groot was aan dit project moest er een beroep worden gedaan op ingenieurs uit Engeland waar stoomkracht al werd gebruikt in de mijnbouw. De Haarlemmermeer zou vooral een veiligheidsproject zijn en in mindere mate een landbouwkundig project. De Rijksoverheid wilde het project wel uitvoeren maar zou bij de verkoop van de grond de winst binnenhalen. Zoals zo vaak bij dit soort ondernemingen werd er weinig winst gemaakt en heeft de overheid fors bij moeten dragen.

Er werd een prototype stoomgemaal ontworpen: de Leeghwater aan de zuidzijde van de Haarlemmermeer. Dit gemaal is als eerste gebouwd. Nadat dit stoomgemaal was uitgetest werden de andere twee gemalen gebouwd: de Lijnden en de Cruquius. De Lijnden staat aan de andere kant van de polder en feitelijk recht tegenover de Leeghwater zo'n 20 kilometer verder aan het andere uiteinde van de Hoofdvaart. De Cruquius staat aan de Kruisvaart.

Om het hele meer was een Ringvaart gegraven en in de dijk die was opgeworpen waren de drie stoomgemalen gebouwd. De drie stoomgemalen zijn in 1848 het water uit het meer op gaan pompen en men was later klaar dan gedacht. Voor een deel had dat te maken met technisch onderhoud, voor een deel met de aanvoer uit de lager gelegen delen van het meer en ook met de slechte weersomstandigheden. Als de wind het water naar de andere kant opstuwt valt er bij de Cruquius weinig uit te slaan. De strenge winters zorgden voor barre omstandigheden waaronder door de polderwerkers in het open veld gewerkt moest worden. De polderwerkers kwamen van heinde en ver in de hoop ene beter loon te kunnen verdienen dan thuis in Noord-Brabant of in Zeeland. Over de locatie van de Cruquius is naderhand de nodige kritiek geweest. Het stoomgemaal is aan de westzijde van de polder gebouwd. Als bedacht wordt dat de overheersende windrichting in Nederland: zuid west is dan is het aannemelijk dat de Cruquius meer dan eens stil heeft gestaan omdat het water weggeblazen werd of in de Ringvaart opgestuwd waardoor er niet kon worden afgevoerd.

Pas in 1852 kwam het bevrijdende bericht: De Meer is droog!

De gebouwen van de gemalen staan er nog steeds. De Leeghwater is als eerst omgebouwd tot dieselgemaal en is naderhand nog enkele keren verbouwd, de oorspronkelijke bouwvorm is nog aanwezig maar in veel mindere mate dan bij de Lijnden en de Cruquius. Bij de Leeghwater zijn wel de dienstwoningen voor het personeel: machinisten (1e, 2e en 3e machinist en de stokers ook in verschillende klassen) bewaard gebleven.

De Lijnden is daarna omgebouwd tot dieselgemaal maar is als gebouw vrijwel in tact gebleven. Inmiddels staat er naast de Lijnden een nieuw elektrisch gemaal.

De Cruquius is bewaard van de sloop. Binnen het waterschap waren er in 1933 vergevorderde plannen om het afgedankte stoomgemaal te slopen. Het is dankzij de Koninklijke Vereniging van Ingenieurs (Kivi) dat het gemaal gered is van de slopershamer. Sinds die tijd vervult de Cruquius eigenlijk een museumfunctie.

De Cruquius is sinds enkele jaren eigendom van Hendrick de Keijser, deze vereniging bezit veel historische panden in het hele land die te herkennen zijn aan een blauw schildje met opschrift: Hendrick de Keijser. Alle panden worden te huur aangeboden als woning of kantoorruimte. De Cruquius is dan ook een bijzonderheid binnen het bezit van de vereniging. Vlak nadat de aankoop een feit was is het gebouw gerestaureerd en is de watergang uitgebaggerd. De machine werkt, een vrijwilligersploeg heeft de machine voorzien van een hydraulisch mechaniek waarmee de balansarmen in beweging gesteld kunnen worden.

zie voor meer informatie: Corpus Cruquius, 160 jaar stoomgemaal De Cruquius; drs. Vincent Erdin; Zutphen 2007. Op de bijgeleverde cd rom staat al het archiefmateriaal van de Commissie voor de Droogmaking waarvan jhr. mr Gevers van Endegeest voorzitter was.

Nadat de Haarlemmermeer was drooggevallen kreeg de grond aanvankelijk een landbouwkundige functie. Polderwerkers die al hadden geholpen bij de drooglegging kregen nu de kans om bij een boer te blijven.

Gaandeweg wordt het land ingevuld met boerderijen en komen de eerste dorpen: Hoofddorp, de naam zegt het al is de belangrijkste kern, gevolgd door Nieuw Vennep en Badhoevedorp.

Van de oorspronkelijke functie is weinig meer overgebleven. De landbouw is grotendeels vervangen door de luchthaven Schiphol, het steeds verder uitbreidende stedelijk gebied, infrastructuur in de vorm van rijkswegen: A-4: Den Haag - Amsterdam (in 2015 is de A-4 doorgetrokken naar de Beneluxtunnel), A-5: Schiphol - Amsterdam Coentunnel, A-9: Alkmaar - Amsterdam Zuid-oost en A-10: ring van Amsterdam en de spoorlijnen (Amsterdam - Schiphol - Leiden en de rechtstreekse hogesnelheidsverbinding: Schiphol - Rotterdam).

De luchthaven heeft inmiddels vijf start-/ landingsbanen waarvan de Polderbaan de laatst aangelegde baan is.