Ligging aan Zuiderzee en Poldermolen: verschil tussen pagina's

Uit wiki
(Verschil tussen pagina's)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
imported>Jan Pieter Rottine
 
imported>Jan Pieter Rottine
 
Regel 1: Regel 1:
[[Bestand:Gemaal_en_Zuiderzee.jpg|600x380px|link=]]
Algemeen wordt aangenomen dat <strong>[[Jan Adriaanszn Leeghwater]]</strong> <strong>de eerste poldermolen in Nederland</strong> en in het bijzonder in de omgeving van Alkmaar heeft gebouwd. Leeghwater was zoon van een timmerman en keek de kunst van zijn vader af.


In '''1920''' lag het <strong>[[ir. D.F. Woudagemaal|stoomgemaal Teakesyl]]</strong> zeer open aan de Zuiderzee.
De poldermolen zou <strong>van het begin van de 17e eeuw tot ver in de 20e eeuw</strong> een belangrijke functie blijven vervullen in de [[waterhuishouding]].
<br>Prachtig is hier ook de reden van de keuze van de locatie zichtbaar:
 
<br>'''aan de Teroelster Kolk''', een voormalige wiel, ontstaan na een dijkdoorbraak.
[[Bestand:
 
Met de komst van het [[stoomgemaal]] <strong>in het eerste kwart van de 19e eeuw</strong> verdween de poldermolen. In het gunstigste geval bleef de poldermolen behouden en diende als [[hoofdgemaal]], het stoomgemaal deed dan pas dienst als er onvoldoende wind was om te malen [[(hulpgemaal)]].  
In een aantal gevallen is de poldermolen ,,afgetopt", waarbij de wieken zijn weggehaald en is er een stoomketel in de onderbouw geplaatst.
 
Op dit moment is de <strong>[[molenviergang bij Aarlanderveen]]</strong> nog de enige plaats waar molens de drooggemaakte polder aan de westzijde van Aarlanderveen bemalen. Weliswaar zijn er enkele hulpgemalen geplaatst, maar de poldermolen gaat voor als er gemalen moet worden.
 
De poldermolen drijft een [[opvoerwerktuig]] aan: een [[scheprad]] of een [[vijzel]]. Aanvankelijk zijn deze opvoerwerktuigen van hout gemaakt, later van staal.  
 
Het <strong>scheprad</strong> is <strong>aan de buitenzijde van de poldermolen</strong> geplaatst en kan het water plm. 2 meter opvoeren.
 
De <strong>vijzel</strong> is <strong>onder de molen</strong> geplaatst en kan het water tot 5 meter opvoeren. Een ander belangrijk voordeel van de vijzel is het gunstige rendement ten opzichte van een scheprad waardoor meer water verplaatst kan worden.
 
Poldermolens werden in diep gelegen polders wel eens <strong>achterelkaar in een [[molengang]]</strong> geplaatst, waardoor de opvoerhoogte via een <strong>[[getrapte bemaling]]</strong> kon oplopen tot zes meter. Een voorbeeld van een getrapte bemaling is de Zuidplaspolder bij Gouda, Moordrecht en Nieuwerkerk aan den IJssel.
 
Overigens is in deze polder ook een getrapte bemaling met behulp van twee stoomgemalen toegepast.
 
De poldermolen heeft <strong>nog steeds een functie</strong>. Op het moment dat er sprake is van extreme hoeveelheden neerslag in korte tijd, dan worden primair de beschikbare gemalen gebruikt. Als dat onvoldoende resultaat heeft, dan worden de poldermolens opnieuw ingezet.
Verschillende waterschappen, waaronder Wetterskip Fryslân, hebben convenanten afgesloten met stichtingen die een of meerdere poldermolens beheren.

Versie van 1 okt 2012 23:43

Algemeen wordt aangenomen dat Jan Adriaanszn Leeghwater de eerste poldermolen in Nederland en in het bijzonder in de omgeving van Alkmaar heeft gebouwd. Leeghwater was zoon van een timmerman en keek de kunst van zijn vader af.

De poldermolen zou van het begin van de 17e eeuw tot ver in de 20e eeuw een belangrijke functie blijven vervullen in de waterhuishouding.

[[Bestand:

Met de komst van het stoomgemaal in het eerste kwart van de 19e eeuw verdween de poldermolen. In het gunstigste geval bleef de poldermolen behouden en diende als hoofdgemaal, het stoomgemaal deed dan pas dienst als er onvoldoende wind was om te malen (hulpgemaal). In een aantal gevallen is de poldermolen ,,afgetopt", waarbij de wieken zijn weggehaald en is er een stoomketel in de onderbouw geplaatst.

Op dit moment is de molenviergang bij Aarlanderveen nog de enige plaats waar molens de drooggemaakte polder aan de westzijde van Aarlanderveen bemalen. Weliswaar zijn er enkele hulpgemalen geplaatst, maar de poldermolen gaat voor als er gemalen moet worden.

De poldermolen drijft een opvoerwerktuig aan: een scheprad of een vijzel. Aanvankelijk zijn deze opvoerwerktuigen van hout gemaakt, later van staal.

Het scheprad is aan de buitenzijde van de poldermolen geplaatst en kan het water plm. 2 meter opvoeren.

De vijzel is onder de molen geplaatst en kan het water tot 5 meter opvoeren. Een ander belangrijk voordeel van de vijzel is het gunstige rendement ten opzichte van een scheprad waardoor meer water verplaatst kan worden.

Poldermolens werden in diep gelegen polders wel eens achterelkaar in een molengang geplaatst, waardoor de opvoerhoogte via een getrapte bemaling kon oplopen tot zes meter. Een voorbeeld van een getrapte bemaling is de Zuidplaspolder bij Gouda, Moordrecht en Nieuwerkerk aan den IJssel.

Overigens is in deze polder ook een getrapte bemaling met behulp van twee stoomgemalen toegepast.

De poldermolen heeft nog steeds een functie. Op het moment dat er sprake is van extreme hoeveelheden neerslag in korte tijd, dan worden primair de beschikbare gemalen gebruikt. Als dat onvoldoende resultaat heeft, dan worden de poldermolens opnieuw ingezet. Verschillende waterschappen, waaronder Wetterskip Fryslân, hebben convenanten afgesloten met stichtingen die een of meerdere poldermolens beheren.