Bouwstijlen in Nederland en Poldermolen: verschil tussen pagina's

Uit wiki
(Verschil tussen pagina's)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
imported>Cierick Goos
k (Pagina ontvet en categorie toegevoegd)
 
imported>Jan Pieter Rottine
 
Regel 1: Regel 1:
In de periode waarin het stoomgemaal bij Tacozijl werd ontworpen en op de tekentafel lag, waren er verschillende bouwstijlen in Nederland actueel, die elkaar in vrij korte tijd afwisselden.
Algemeen wordt aangenomen dat <strong>[[Jan Adriaanszn Leeghwater]]</strong> <strong>de eerste poldermolen in Nederland</strong> en in het bijzonder in de omgeving van Alkmaar heeft gebouwd. Leeghwater was zoon van een timmerman en keek de kunst van zijn vader af.


Om een beeld te schetsen wat er allemaal in korte tijd voorbij kwam, met daarbij de belangrijkste invloedsperiode volgt hierbij als overzicht:
De poldermolen zou <strong>van het begin van de 17e eeuw tot ver in de 20e eeuw</strong> een belangrijke functie blijven vervullen in de [[waterhuishouding]].


* Neogotiek: 1830 - 1910;
[[Bestand:
* Eclecticisme: 1840 - 1910;
* Neorenaissance: 1875 - 1915;
* Jugendstil: 1895 - 1915;
* Rationalisme: 1900 - 1920;
* Nieuw historiserende bouwstijl: 1905 - 1925;
* Expressionisme: 1910 - 1930;


Met de komst van het [[stoomgemaal]] <strong>in het eerste kwart van de 19e eeuw</strong> verdween de poldermolen. In het gunstigste geval bleef de poldermolen behouden en diende als [[hoofdgemaal]], het stoomgemaal deed dan pas dienst als er onvoldoende wind was om te malen [[(hulpgemaal)]].
In een aantal gevallen is de poldermolen ,,afgetopt", waarbij de wieken zijn weggehaald en is er een stoomketel in de onderbouw geplaatst.


Bij het ontwerp van het stoomgemaal Tacozijl heeft ir D.F. Wouda dus gebruik kunnen maken van verschillende in zwang zijnde bouwstijlen in Nederland.
Op dit moment is de <strong>[[molenviergang bij Aarlanderveen]]</strong> nog de enige plaats waar molens de drooggemaakte polder aan de westzijde van Aarlanderveen bemalen. Weliswaar zijn er enkele hulpgemalen geplaatst, maar de poldermolen gaat voor als er gemalen moet worden.  


[[Bestand:IMG_0150_gtgi.jpg|600×450px|link=]]
De poldermolen drijft een [[opvoerwerktuig]] aan: een [[scheprad]] of een [[vijzel]]. Aanvankelijk zijn deze opvoerwerktuigen van hout gemaakt, later van staal.


De jaartallen, die hierboven genoemd worden, mogen niet al te absoluut worden gehanteerd. Was het maar zo eenvoudig, vaak liep de ene bouwstijl nog wat door, terwijl een andere stijl al weer de trend zet. Oud en nieuw wisselen elkaar op deze manier voortdurend af.
Het <strong>scheprad</strong> is <strong>aan de buitenzijde van de poldermolen</strong> geplaatst en kan het water plm. 2 meter opvoeren.


Ook binnen één bouwproject kan het soms lastig zijn om het onder te brengen bij één bepaalde stijl, een architect kan wel een voorbeeld volgen, maar daar ook nog eigen stijlkenmerken aan toevoegen.
De <strong>vijzel</strong> is <strong>onder de molen</strong> geplaatst en kan het water tot 5 meter opvoeren. Een ander belangrijk voordeel van de vijzel is het gunstige rendement ten opzichte van een scheprad waardoor meer water verplaatst kan worden.


Aan het eind van de negentiende eeuw verdwenen de ,,neo" bouwstijlen (neogotiek en neorenaissance) naar de achtergrond en kwamen: Jugendstil, Rationalisme en Heroriëntatie na dit verleden als nieuwe bouwstijlen in zwang.
Poldermolens werden in diep gelegen polders wel eens <strong>achterelkaar in een [[molengang]]</strong> geplaatst, waardoor de opvoerhoogte via een <strong>[[getrapte bemaling]]</strong> kon oplopen tot zes meter. Een voorbeeld van een getrapte bemaling is de Zuidplaspolder bij Gouda, Moordrecht en Nieuwerkerk aan den IJssel.


Jugendstil is een meer geometrische bouwstijl, Art Nouveau heeft wat meer oog voor detail en sierlijke vormen en oogt daardoor minder strak afgemeten dan de rationele stijl van de Jugendstil. Jugendstil en Art nouveau hebben hun bloeitijd rond de eeuwwisseling (1900).
Overigens is in deze polder ook een getrapte bemaling met behulp van twee stoomgemalen toegepast.


Het Rationalisme gaat uit van een robuust bouwvolume, grotere bouwvlakken van baksteen.
De poldermolen heeft <strong>nog steeds een functie</strong>. Op het moment dat er sprake is van extreme hoeveelheden neerslag in korte tijd, dan worden primair de beschikbare gemalen gebruikt. Als dat onvoldoende resultaat heeft, dan worden de poldermolens opnieuw ingezet.
 
Verschillende waterschappen, waaronder Wetterskip Fryslân, hebben convenanten afgesloten met stichtingen die een of meerdere poldermolens beheren.
 
Bekende rationele architecten zijn: H.P. Berlage en K.P.C. de Bazel. Zij zouden zich gedurende hun hele loopbaan als architect bezig blijven houden met deze bouwstijl. Hun invloed reikte verder dan alleen Amsterdam waar zij veel werken realiseerden. In het land namen anderen hun bouwstijl over.
 
 
In Friesland is de zeevaartschool in Harlingen (1914) een bekend voorbeeld van rationeel bouwen.
 
Na de Jugendstijl en het Rationalisme kwam er een hang naar het historisch bouwen: deze stijl gaat terug naar het verleden en wordt historiserend bouwen genoemd.
 
Het was zoeken naar een nieuwe toonaangevende markante bouwstijl.
 
Hierbij werd gebruik gemaakt van elementen uit de voorafgaande bouwstijlen, maar op een nieuwe manier toegepast.
 
[[Bestand:Raadhuis_Grou_gi.jpg‎|600×353px|link=]]
Raadhuis van Grou, architect J.A. Kropholler
<br>(Afbeelding: Wikipedia)
 
Wie naar de raadhuizen van architect J. A. Kropholler kijkt (onder ander in Grou), in de voormalige gemeente Idaarderadeel, ziet wel dat het om een nieuw raadhuis gaat, maar heeft daarbij ook het gevoel dat het sterk doet denken aan een veilig bouwwerk uit de geschiedenis.  Een hoog zadeldak, een trap en bordes dat maakt het tot een imposant geheel. Gelet op bovenstaande jaartallen zou Kropholler geen gebruik hebben kunnen maken van historiserend bouwen op het moment dat hij zijn raadhuizen heeft ontworpen, dat was in de jaren 40. De bouwstijl wordt bij 1915 afgebakend. Een mooi voorbeeld van een bouwstijl die toch nog nog langer een stempel heeft gedrukt op de bouwkunst.
 
Um 1800 - stijl was de Duitse variant van het historiserend bouwen, architect J. Th. J. Cuypers is één van de toonaangevende architecten, de Beurs (1911 - 1914) aan het Beursplein in Amsterdam is een markant voorbeeld van deze bouwstijl.
 
[[Bestand:Beurs1_gi.jpg|600×379px|link=]]
Beurs van Berlage te Amsterdam
<br>(afbeelding: Wikipedia)
 
Het Expressionisme was nog weer een latere fase, waarvan de [[Amsterdamse School]] een zeer bekende variant is, met toonaangevende architecten als: De Klerk, Kramer en Van der Meij beleefde die het eerste hoogtepunt tussen 1913 en 1916 toen het Scheepvaarthuis  aan de Prins Hendrikkade in Amsterdam werd gebouwd.
 
Kort hierna is er sprake van De Stijl, die meer vorm gaat krijgen vanaf 1917, toonaangevende architecten zijn: Theo van Doesburg en J.J.P. Oud.
 
De opvolger van deze bouwstijl is het Nieuwe Bouwen, het hoogtepunt van deze bouwstijl ligt tussen 1920 en 1935 en daarna volgt nog de Delftse school vlak na 1945 tot aan het begin van de jaren vijftig.
 
Evenals bij de letteren (proza en poëzie) worden de ontwikkelingen in het buitenland nauwlettend in de gaten gehouden. In de literatuur geldt de periode aan het begin van de 20e eeuw als het Interbellum: een overgangsperiode van de ene naar het andere. De literaire stroming van de tachtigers begint aan invloed in te boeten en moet toezien dat een nieuwe generatie schrijvers en dichters het stokje langzaam maar zeker overgaat nemen.
 
Dit zou ook van toepassing kunnen zijn op de snelle afwisseling van de genoemde bouwstijlen. Waarbij het allerminst zo is dat ze strikt gescheiden zijn, maar veelal door elkaar heen zullen lopen.
Ook onder architecten was het gebruikelijk om te kijken wat er gaande en gangbaar was, zo werden bouwstijlen gekopieerd en soms werden er nieuwe elementen aan toegevoegd.
 
Hierbij moet ook gekeken worden naar wat er in het buitenland gaande was. En dan lijkt de Amerikaanse architect
Frank Lloyd Wright (1867 - 1959) zeer belangrijk te zijn. Zijn werk wordt gekenmerkt door het invullen van de
drie dimensionale ruimte.
 
[[Bestand:Robie_House_gi.jpg‎|600×394px|link=]]
Robie House van architect Wright
<br>(afbeelding: Wikipedia)
 
Het lijkt aannemelijk om te veronderstellen, dat student Wouda tijdens zijn studie bouwkunde in Delft colleges heeft gekregen van een hoogleraar die goed op de hoogte moet zijn geweest van het werk van Wright. Bouwkunde was een vrij jonge studie in Delft en dan wil je de laatste, internationale, ontwikkelingen op de voet volgen.
 
Voor de bouwstijl van het stoomgemaal bij Tacozijl (Lemmer) zal meer moeten worden gekeken naar wat er in Delft op dat moment werd onderwezen en naar het werk van Wright.
<br>Deze was waarschijnlijk op dat moment al toonaangevend en had zich als architect al bewezen. De Amsterdamse school stond nog in de kinderschoenen en het Scheepvaarthuis was het eerste grote bouwproject waar de stijl ten volle tot uiting kwam.  
 
Wouda zal van het Scheepvaarthuis in Amsterdam gehoord kunnen hebben maar het was al te laat om dat nog te integreren in het ontwerp van zijn stoomgemaal. Daarvoor waren de plannen al te ver gevorderd.
 
<br>
[[Category:Het gemaal bouwkundig]]

Versie van 1 okt 2012 23:43

Algemeen wordt aangenomen dat Jan Adriaanszn Leeghwater de eerste poldermolen in Nederland en in het bijzonder in de omgeving van Alkmaar heeft gebouwd. Leeghwater was zoon van een timmerman en keek de kunst van zijn vader af.

De poldermolen zou van het begin van de 17e eeuw tot ver in de 20e eeuw een belangrijke functie blijven vervullen in de waterhuishouding.

[[Bestand:

Met de komst van het stoomgemaal in het eerste kwart van de 19e eeuw verdween de poldermolen. In het gunstigste geval bleef de poldermolen behouden en diende als hoofdgemaal, het stoomgemaal deed dan pas dienst als er onvoldoende wind was om te malen (hulpgemaal). In een aantal gevallen is de poldermolen ,,afgetopt", waarbij de wieken zijn weggehaald en is er een stoomketel in de onderbouw geplaatst.

Op dit moment is de molenviergang bij Aarlanderveen nog de enige plaats waar molens de drooggemaakte polder aan de westzijde van Aarlanderveen bemalen. Weliswaar zijn er enkele hulpgemalen geplaatst, maar de poldermolen gaat voor als er gemalen moet worden.

De poldermolen drijft een opvoerwerktuig aan: een scheprad of een vijzel. Aanvankelijk zijn deze opvoerwerktuigen van hout gemaakt, later van staal.

Het scheprad is aan de buitenzijde van de poldermolen geplaatst en kan het water plm. 2 meter opvoeren.

De vijzel is onder de molen geplaatst en kan het water tot 5 meter opvoeren. Een ander belangrijk voordeel van de vijzel is het gunstige rendement ten opzichte van een scheprad waardoor meer water verplaatst kan worden.

Poldermolens werden in diep gelegen polders wel eens achterelkaar in een molengang geplaatst, waardoor de opvoerhoogte via een getrapte bemaling kon oplopen tot zes meter. Een voorbeeld van een getrapte bemaling is de Zuidplaspolder bij Gouda, Moordrecht en Nieuwerkerk aan den IJssel.

Overigens is in deze polder ook een getrapte bemaling met behulp van twee stoomgemalen toegepast.

De poldermolen heeft nog steeds een functie. Op het moment dat er sprake is van extreme hoeveelheden neerslag in korte tijd, dan worden primair de beschikbare gemalen gebruikt. Als dat onvoldoende resultaat heeft, dan worden de poldermolens opnieuw ingezet. Verschillende waterschappen, waaronder Wetterskip Fryslân, hebben convenanten afgesloten met stichtingen die een of meerdere poldermolens beheren.