Retentiegebieden

Uit wiki

Ga naar: navigatie, zoeken

Retentiegebieden

De constatering dat er in Nederland steeds meer gebouwd wordt is eigenlijk een open deur. In de afgelopen decennia is het aantal inwoners van 12 miljoen naar ruim 16,8 miljoen gestegen. Iedereen heeft een woning nodig, er zijn wegen en spoorlijnen nodig, bedrijfsterreinen en ook bedrijven willen weer doorgroeien. De open ruimte wordt schaars. In bepaalde gebieden worden bewust ,,groene buffers" ingetekend om te voorkomen dat het stedelijk gebied nog verder oprukt en niets meer van de oorspronkelijke groene ruimte overlaat.

In de jaren zestig van de twintigste eeuw kwam het autoverkeer goed van de grond, in de wederopbouw jaren na WO II kwamen steeds meer inwoners in de gelegenheid om een auto te kopen. Om het autoverkeer in goede banen te leiden werden steeds meer singels en vaarten gedempt, vervoer per schuit was nauwelijks meer aan de orde en hele vaartenstelsels werden gedempt.

Voorbeelden hiervan zijn te vinden tussen Delft en Schiedam waar Midden Delfland de groene buffer is en tussen Middelburg en Vlissingen waar ook een groenstrook wordt vrijgehouden, zolang als het nog duurt. De eerste bedreigingen in dit gebied zijn er al: recreatieve voorzieningen sporthal- en zwembad voor beide gemeenten. In het Westland zijn veel vaarten gedempt die voorheen nog in gebruik waren om groente en fruit naar de veiling te varen.

De bedreiging van het maar door blijven bouwen is dat er steeds minder ruimte overblijft om het hemelwater (hagel, regen en sneeuw) op te kunnen vangen. Steen neemt geen water op, wegspoelend water kan hierdoor in meer of mindere mate overlast veroorzaken.

Voorbeelden van gedempte singels: Groningen, Haarlem, Utrecht en Woerden maar eigenlijk overal waar in een straatnaam ,,Gedempt" staat is water verdwenen. Vooral in het grootstedelijk gebied van de Randstad pakt dit nadelig uit. Uit onderzoek is gebleken dat er door de aanwezigheid van stedelijke bebouwing en industrie meer neerslag valt en dat de buienintensiteit zwaarder is geworden.

In de jaren negentig gaf het Hoogheemraadschap van Delfland weliswaar toestemming om kassencomplexen in het Westland uit te breiden na het dempen van de sloten maar wel met de kanttekening dat de wal het schip zou keren. Die waarschuwing is niet lang daarna volledig uitgekomen. Omdat het hemelwater geen kant meer uit kon stroomde het daar naar toe waar niemand het wilde hebben: de kassen in waardoor groente, fruit en bloementeelt op een aantal plekken werd vernietigd en grote financiële schade toebracht.

Daarnaast hebben zich nog enkele grote problemen voorgedaan waarbij rivieren buiten hun oevers traden en voor grote overlast zorgden.

Dit alles zorgde voor een nieuwe beleidsvisie op water in het algemeen. Ruimte voor water en ruimte voor de rivier, het is inmiddels een bekende slogan geworden. Nederland kan zich niet afzijdig houden van het water van boven (hemelwater) en water dat vanuit het oosten en zuiden binnenstroomt. De aandacht is veel te lang naar de zee uitgegaan en nooit is goed nagedacht over de mogelijk overlast van hemel- en rivierwater. Omdat dan in korte tijd op meerdere plaatsen overlast ontstaat was er alle aanleiding toe om het tij te keren. Door herstelprogramma's van beken en rivieren moet worden bereikt dat er meer ruimte is waarbinnen een rivier kan stromen, nieuwe uiterwaarden, beken die weer mogen meanderen en gebieden die worden aangewezen om gecontroleerd onder water gezet te kunnen worden als de nood aan de man is.

Het opmerkelijke is dat ruimte voor de rivier een trendbreuk is met het beleid van de decennia daaraan voorafgaand. Vanaf 1960/70 moest al het gebiedsvreemde water zo snel als mogelijk afgevoerd worden naar het buitenwater (de zee). Nu wordt er juist gewerkt aan het temporiseren van die afvoer. Bovendien wordt ook gewerkt aan het langer vasthouden van gebiedseigen water. Water dat in een bepaald gebied valt is gebiedseigen en kan worden gebruikt om een droge periode te overbruggen. Om dat water vast te kunnen houden is extra ruimte nodig zowel in stedelijk gebied als op het platteland.

Bij het ontwerp van een nieuwbouwwijk wordt direct al gekeken hoeveel water er opgevangen moet worden, er worden sloten of goten aangelegd om dat water in de wijk vast te houden. Behalve dat water op deze manier een recreatief element is, is het ook noodzaak. Anders zou de straat blank staan bij een forse bui. In sommige steden worden weer plannen gemaakt om de oude gedempte singels weer open te leggen. De tijd dat de auto het voor het zeggen had in het oude stadscentrum is overal voorbij. De auto is weer naar de rand teruggebracht en het centrum komt weer beschikbaar voor andere functies waaronder het herstel van de stadsgrachten en singels.

Op het platteland is weliswaar meer ruimte maar ook daar zijn dorpen en steden niet stil blijven staan in hun ontwikkelingen, bovendien moet voorkomen worden dat water ene bedreiging wordt. Op momenten dat er een teveel aan water is, is het belangrijk om het gecontroleerd af te kunnen voeren. Op veel plaatsen hebben waterschappen overeenstemming bereikt met landeigenaren om weilanden gecontroleerd onder water te mogen zetten als dat noodzakelijk is. Als er weer voldoende afvoercapaciteit op de boezem is dan kan het water weer uit weiland, het tijdelijke retentiegebied, afgevoerd worden.

Alle hier genoemde voorbeelden binnenstedelijk of op het platteland hebben te maken met de opvangcapaciteit van water bij een extreem groot aanbod: hemelwater of smeltwater. De genoemde oplossingen geven de mogelijkheden van retentie aan. Ook in Friesland zijn maatregelen genomen om water gecontroleerd op te vangen als dat noodzakelijk is. Als er sprake is van hevige neerslag en verzadigde dijken dan zou het erger kunnen zijn als een dijk bezwijkt door de verzadiging dan een weiland tijdelijk en gecontroleerd onder water te zetten. Op sommige plaatsen kan het water langer blijven staan omdat een gebied geen functie meer heeft voor de landbouw maar omgezet is in natuur en een plas dras functie heeft. Ook hier kan het overtollige water gericht naar toegeleid worden als er sprake is van een calamiteit.

In januari 2012 was er sprake van een noodsituatie: hevige aanhoudende neerslag, een noordwestenwind waardoor er water afgevoerd kon worden op de Waddenzee via Dokkumer Nieuwe Zijlen en de spuisluizen van Lauwersoog, het Lauwersmeer raakt overvol evenals de boezem. De twee boezemgemalen: J.L. Hooglandgemaal (Stavoren) en ir. D.F. Woudagemaal (Lemmer) staan dag en nacht te werken, door dan tijdelijk gebruik te maken van retentiegebieden kan dat het verschil zijn tussen last en net geen last voor inwoners van een bepaald gebied.