Molenviergang bij Aarlanderveen

Uit wiki

Ga naar: navigatie, zoeken

De molenviergang bij het dorp Aarlanderveen (gemeente Alphen aan den Rijn) is bijzonder en uniek te noemen.

De vier poldermolens bemalen de Drooggemaakte polder aan de westzijde van Aarlanderveen (450 hectare). De molens vormen nog steeds de hoofdbemaling van de polder. De vroegere naam was: Aarlanderveensche Droogmakerij. Het zomerpeil in het westelijk deel van de droogmakerij was in 1869 - 5 m. en het oostelijk deel - 4.75 m.

Eind jaren tachtig werd er meerdere keren vanuit het waterschap De Oude Rijnstromen (Leiderdorp) getracht om de molenviergang buiten werking te stellen en te vervangen door nieuwe gemalen. De dorpsgemeenschap van Aarlanderveen kwam hiertegen massaal in het verzet.

E zittenr twee kanten aan het verhaal. Het waterschap wil zorgen voor een optimaal peil in de polder ten behoeve van de boeren. Om bij een overschot aan neerslag-water zo snel mogelijk naar de Oude Rijn af te voeren, is een elektrisch gemaal de meest betrouwbare vorm. Een poldermolen is vanuit historisch oogpunt wel een mooi werktuig maar is afhankelijk van de wind.

600×450px

Het dorp heeft de strijd gewonnen. De vier molens zijn gebleven. De molens zijn al in 1962 ondergebracht in een aparte stichting en de molenaars zijn niet meer rechtstreekse in dienst van het waterschap.
Door allerlei geldstromen aan te boren, was het mogelijk om de poldermolens in de primaire bemaling te houden en bij iedere molen een klein hulpgemaal te plaatsen.

De partijen die bij de bemaling betrokken zijn, heten Hoogheemraadschap van Rijnland (het inliggende waterschap De Oude Rijnstromen is gefuseerd met het hoogheemraadschap), Stichting Molenviergang Aarlanderveen, provincie Zuid-Holland en gemeente Alphen aan den Rijn. Mocht het peil toch te hoog staan en er is onvoldoende wind, dan nemen deze gemaaltjes het werk over en malen het water op.

Als het polderpeil te hoog is, dan malen de poldermolens nog steeds het teveel aan water weg. Dat er vier molens staan komt doordat de polder groot is en door het hoogteverschil dat overbrugd moet worden. Bij het opstellen van de plannen om de polder te bemalen werd uitgegaan van drie poldermolens. Deze drie zij ook in serie gebouwd aan de tocht die het water naar de Oude Rijn opvoert.

Echter het water bleef in het meest westelijke deel van de polder staan en werd niet goed meegemalen, waardoor de boeren in dit deel van de polder last beleven houden van een te hoge waterstand. Dit is nadelig is voor een goede bedrijfsvoering. De vierde molen werd in de zogenaamde put van de polder aan de Molentocht gebouwd en heet dan ook de ,,Putmolen".

400×600px Molen no. 4: de Putmolen

De put van de polder ligt op - 4.7 m. NAP, het hoogste deel op - 1.2 m NAP.
Het verschil is 3,5 m.
De drie poldermolens in serie zijn uitgerust met een scheprad, alleen molen vier heeft een vijzel als opvoerwerktuig. Het scheprad heeft een diameter van ruim 6 meter en is in de molen geplaatst.

De vier poldermolens dateren van respectievelijk: 1924 (molen nummer 1), 1869 (molen nummer 2), 1823 (molen nummer 3) en 1801 (molen nummer 4). Alleen de laatste molen nummer 4 is nog de oorspronkelijke molen, die bijgeplaatst is om het diepste deel (de put) van de polder te bemalen. De andere drie molens zijn één of zelfs meerdere keren door brand verloren gegaan. In 1786 zijn er twee molens gebouwd, waarvan er één in 1823 door brand is verwoest en de ander in 1924 eveneens aan het vuur ten prooi viel.

De molens behoren tot de grotere poldermolens van Nederland met een vlucht (de spanwijdte van de wieken) van 27 m (molen 2 en 4), molen nummer 3: 27,15 meter tot ruim 28 meter (molen nummer 1).

De molens staan als volgt opgesteld: nummer 3 het dichtste bij de Oude Rijn, molen nummer 2 (middenmolen) iets ten noorden van nummer 3 en nummer 1 het dichtste bij het dorp Aarlanderveen aan de Achtermiddenweg,. De latere bijgebouwde molen nummer 4 staat ten westen van nummer 1 aan de Kerkvaartsweg.

(zie ook: Getrapte bemaling)