Bestek 1

Uit wiki

Ga naar: navigatie, zoeken
Titelblad van "Bestek 1". [1.]
Titelblad Bestek 1.png

Om aanbiedingen te kunnen opvragen voor een bemalingsinstallatie is "Bestek 1" opgesteld. De opdrachtgever hierin is Gedeputeerde Staten van Friesland. Er staat ook vermeld dat het document is goedgekeurd door de minister van waterstaat.


Wat er uiteindelijk gebouwd is wijkt overigens op een aantal punten af van wat er in "Bestek 1" beschreven is.


Om de leesbaarheid te verhogen is de orginele tekst herschreven en zijn er gedeelten weggelaten. Deze Wiki pagina is daarmee een interpretatie van het originele document uit 1916. Voor geïnteresseerden is in de bronvermelding een link opgenomen naar een scan van het originele document.



Bestek en voorwaarden

Locatie en bereikbaarheid

Het gemaal zal worden gebouwd bij de Teroelsterkolk op circa 1,5 km te westen van Lemmer. Het zal bereikbaar zijn per schip met een maximale diepgang van 1,70 m. Het station van de Nederlandse Tramwegmaatschappij in Lemmer ligt op circa 2 km afstand.

Overzicht van de bemalingsinstallatie

De bemalingsinstallatie zal bestaan uit 4 hoofdstoommachines die elk 2 direct gekoppelde centrifugaalpompen aandrijven. Elk van deze centrifugaalpompen zal een capaciteit hebben van 500 m³ per minuut bij 1 meter opvoerhoogte. De stoommachines zullen horizontale tandem compound machines zijn, werkend op oververhitte stoom. De afgewerkte stoom van de 4 stoommachines zal gecondenseerd worden in 2 oppervlakte condensors. Elke oppervlakte condensor is dus bestemd om de stoom van 2 hoofdstoommachines te condenseren. Bij elke condensor hoort een stel afzonderlijk aangedreven circulatie-, lucht en condensaatpompen. De hoofdstoommachines en bemalingspompen worden opgesteld in een machinegebouw met inwendige afmetingen van ongeveer 60m bij 15m. De vloer van het machinegebouw komt op 2,70m boven NAP te liggen. In het machinegebouw zal een kelder zijn, de vloer van de kelder wordt voorzien op 0,80 m onder NAP. De benodigde stoom wordt geleverd door 8 stoomketels waarvan één steeds in reserve is. Een stel van 2 stoomketels zal dus meer dan voldoende kunnen leveren voor het voeden van één hoofdstoommachine. De stoomketels komen in een ketelhuis te staan. De afmetingen hiervan zullen inwendig ongeveer 38m bij 16m zijn. De vloer van het ketelhuis komt op 1,45m boven NAP te liggen.


Tekening bij Bestek 1, 800px breed.png Tekening bij "Bestek 1", een link naar een versie van deze tekening in een hogere resolutie is in de bronvermelding te vinden. [1.]


Hoofdstoommachines

De hoofdstoommachines zullen horizontale tandem compound machines zijn, werkend op oververhitte stoom met een druk van 10 kg/cm² en een temperatuur van 310°C. Zij zullen, bij een snelheid van 110 omwentelingen per minuut een vermogen van 600 IPK (indicateur paardenkracht) moeten kunnen opbrengen. De lagedrukcilinder zal achter de hogedrukcilinder geplaatst worden. De lagedrukcilinder zal van het gelijkstroom ontwerp zijn. De stoom verdeling zal door kleppen of verticale bosschuiven geschieden. De stoom toelaat in de hogedrukcilinder zal door een regulateur geregeld worden. Deze regulateur zal met de hand versteld kunnen worden om het toerental van de machine in te kunnen stellen. De lagedrukcilinder hoeft niet voorzien te worden van zogenaamde bijschakelruimten en bijbehorende kleppen. De condensatie inrichting zal zodanig zijn dat er een goed vacuüm in de condensor zal zijn voor het aanzetten van de hoofdstoommachines. De krukken van de stoommachines zullen voorzien worden van tegengewichten van voldoende gewicht om trillingen in de fundatie te voorkomen. Elk machinegeraamte wordt niet alleen met de gebruikelijke verticale fundatie bouten op de fundatie bevestigd maar ook met vier schuine fundatiebouten. De holle machinegeraamten worden voor opstellen gevuld met beton en later op de gebruikelijke wijze ondergoten. Elke machine zal van de gebruikelijke appendages voorzien worden, zoals:

  • een toerenteller,
  • een snelheidsmeter,
  • oliepompen voor smeerolie en voor cilinderolie,
  • manometers voor verse stoom en voor de receiver,
  • vacuümmeter,
  • apparatuur voor het maken van indicateur diagrammen,
  • ontlastkleppen,
  • enz.

Alle cilinder aftapkranen dienen van terugslagkleppen voorzien te zijn en aangesloten op een gemeenschappelijke aftapleiding die buiten het gebouw uitmondt.

Condensatie-inrichting

Er zullen 2 oppervlakte condensors zijn, één per twee hoofdstoommachines. Deze condensors worden in de kelder van het machinegebouw geplaatst. In de leidingen voor de afgewerkte stoom bevinden zich schuifafsluiters bij elke hoofdstoommachine. Deze schuifafsluiters hebben twee dichtingsvlakken. De pakkingbussen van deze afsluiters worden voorzien van een waterkamer zodat inzuigen van lucht uitgesloten is. Deze vier afsluiters worden zo uitgevoerd dat men in de machinekamer duidelijk kan zien of ze geopend of gesloten zijn. In elke condensor moet behalve de afgewerkte stoom van de hoofdstoommachines ook de damp van de verdampers gecondenseerd worden. Het vacuüm in de condensors zal ten minste overeenkomen met een kwikkolom van 70 cm (tenminste 92% vacuüm). Deze onderdruk zal ook gehaald worden als;

  • in de zomer de temperatuur van het koelwater is opgelopen tot 24°C
  • en de hoofdstoommachines op vol vermogen werken
  • en er gelijktijdig door de verdamper 400 liter water per uur in één condensor gesuppleerd wordt.

In de kelder bevinden zich de pompen die voor de condensatie nodig zijn, deze set pompen wordt aangedreven door een kleine stoomturbine. Elke set bestaat uit de volgende pompen:

  • Een koelwater circulatiepomp met een capaciteit van tenminste 450 m³/uur. Het het koelwater wordt opgepompt uit een reservoir dat in verbinding staat met de boezem. Het water uit de boezem wordt grof gefilterd door cokes. Het gebruikte koelwater wordt teruggevoerd naar de boezem.
  • Een condensaat pomp die het condensaat uit de condensor naar een van de voedingswaterbakken in het ketelhuis pompt.
  • Een vacuümpomp (type Westinghouse-Leblanc) die de lucht uit de condensor zuigt.

Deze drie pompen worden direct aangedreven door een De Laval multiple turbine. De afgewerkte stoom van deze turbine wordt afgevoerd in de condensor.

Bemalingspompen

De capaciteit van elke centrifugaalpomp zal 500 m³/uur zijn bij een opvoerhoogte van 1 meter en ongeveer 110 omwentelingen per minuut. De boezemstanden waarbij de pompen moeten werken zullen wisselen tussen 0,55 m -NAP en 0,10 m +NAP. De buitenwaterstanden waarbij de pompen moeten werken zullen wisselen tussen 0,45 m -NAP en 1,60 m +NAP. Het grootste verschil (de grootste opvoerhoogte) waarbij de pompen nog moeten kunnen werken is dus 2,15 m. De afvoerbuizen van de pompen worden niet van keerkleppen voorzien. De as van de pompwaaier wordt gedragen door lange bronzen lagers in de pompbehuizing. De pakkingsbussen van de pompas zijn voorzien van waterkamers zodat inzuiging van lucht uitgesloten is, zelfs wanneer de genoemde pakkingbussen ondicht mochten zijn. Elke pomp is voorzien van 2 peilglazen, groot model. Één aan het hoogste gedeelte van het slakkenhuis en één aan het hoogste gedeelte van de aanzuigbuis (nabij de pompas).


Tekening bij Bestek 1, doorsnede.png Doorsnede door het gemaal. Op deze doorsnede zijn o.a. te zien een bemalingspomp met aan- en afvoer leidingen, een hoofdstoommachine en de kelder voor de condensatie-inrichting. Dit is een gedeelte van de tekening bij "Bestek 1". [1.]


Aanzuigen van de bemalingspompen

Voor het aanzuigen van de pompen wordt een verticale vacuümketel in het machinelokaal opgesteld (circa 1,5m diameter en 6 m hoog). Het vacuüm wordt gecreëerd door twee Körting's stoomstraal ejecteurs van het grootste type. De lucht wordt aan de bovenzijde van de vacuümketel afgezogen. Op het slakkenhuis van de bemalingspompen en op de aanzuigbochten worden afsluiters aangebracht waardoor de lucht uit het pomphuis gezogen kan worden. De vacuüm leiding van de pompen naar de vacuümketel loopt licht af richting de vacuümketel. Met deze vacuüm installatie kan elke bemalingspomp bij het opstarten vol water gezogen worden. Het water dat bij het aanzuigen wordt meegezogen verzamelt zich in de vacuümketel. Dit water vloeit vervolgens via een afvoerpijp naar de boezem af zodra het vacuüm niet meer onderhouden wordt. In deze afvoerleiding die onder water uitmondt bevindt zich een afsluiter en een keerklep.

Bovenloopkraan

Bij de levering is inbegrepen een bovenloopkraan in het machinegebouw. Deze bovenloopkraan zal een overspanning hebben van circa 14,70 m. De capaciteit zal voldoende zijn om zelfs de zwaarste onderdelen te kunnen hijsen met een minimum van 6.000 kg. De kraan wordt met de hand bediend.

Stoomketels

Er zullen 8 stoomketels zijn van het gecombineerde stelsel (systeem Piedboeuf) namelijk Lancashire ketels onder verbonden met vlampijpketels boven. De hoofdafmetingen van deze ketels zullen ongeveer de volgende zijn:

  • Onderketel
    • Diameter: 2.400 mm
    • Lengte: 5.400 mm
    • Diameter van de gegolfde vuurgang: 800/900 mm
    • Roosteroppervlak: 3,20 m²
  • Bovenketel
    • Diameter: 2.200 mm
    • Lengte: 4.300 mm
  • Verwarmd oppervlak: 200 m²
  • Keteldruk: 12 kg/cm²

In normaal bedrijf zal alleen de bovenketel direct gevoed worden met ketelvoedingswater. Het zal echter ook mogelijk moeten zijn om de onderketel direct te voeden. Elke ketel wordt voorzien van een oververhitter die de stoom tot 340°C moet kunnen oververhitten. De oververhitters moeten goedgekeurd zijn voor een bedrijfsdruk van 13 kg/cm². De ketels zullen tot 4 groepen van 2 ketels gegroepeerd worden. Het metselwerk van de bovenketels wordt afgedekt met een vloer van geribd plaatijzer. Het gedeelten van de ketel onder deze vloer dat bereikbaar is wordt met magnesiet bekleed. Ook worden de ketelfronten met dit isolatiemateriaal bekleed. De ketelfronten worden verder bekleed met plaatijzer om de isolatie op een nette en solide manier te beschermen. De kleppen van de askolken kunnen met één hand worden geopend, gesloten en in elke stand vastgezet worden.

Voeding van de stoomketels

De ketels worden met ketelvoedingswater gevoed door 2 horizontale duplex-stoompompen welke op de stookplaats zijn opgesteld. Bij elk van deze pompen hoort een hoger geplaatste voedingswaterbak en een voorwarmer boven elke bak. Elke voedingswater pomp heeft voldoende capaciteit om de gehele ketelbatterij te voeden. Elk van de voedingwaterbakken heeft een inhoud van circa 2 m³. De condensaat pompen van de condensatie inrichting voeden via een gemeenschappelijke leiding de voedingswaterbakken. Elke voedingswaterbak is ingericht als olie afscheider, zoals ook op zeeschepen gebruikelijk is. Het condensaat passeert 4 uitneembare bakken gevuld met cokes of met sintels voordat het naar de voedingswaterpomp stroomt. Elke voedingspomp moet in staat zijn 30 m³/uur in de ketels te pompen. De pompen zijn geheel van brons. in de persleiding van de pomp is een voorwarmer opgenomen. Het voedingswater wordt in de voorwarmer voorgewarmd door de afgewerkte stoom van de voedingswaterpomp. Ter suppletie van het voedingswater zijn in de machinekamer twee verdampers opgesteld. Elke verdamper kan 800 kg water per uur verdampen als deze op verse stoom werkt. De verdampers kunnen ook werken op stoom uit de receivers. Het benodigd water voor de verdampers worden onttrokken uit de koelwater afvoerleiding. De waterdamp die de verdampers leveren wordt gevoed aan de condensors.

Pijpleidingen

De toe- en afvoerleidingen van de bemalingspompen boven 0,80 -NAP zullen van gietijzer zijn. Smeedijzeren pijpen zonder klinknaad mogen ook toegepast worden. Onder het niveau van 0,80 -NAP zullen deze leidingen in gewapend beton uitgevoerd worden en niet tot de machine levering behoren. Het is de bedoeling om de gedeelten van de leidingen waarin de druk onder de atmosferische druk kan komen in ijzer uit te voeren. De pijpleidingen voor verse stoom en voor voedingswater zullen uit Mannesmann-pijpen worden samengesteld. De flenzen worden door uitrollen van de pijpen bevestigd en daarna autogeen geweld. De flenzen vlak, de flensbouten volgens de tabel voor hooggespannen stoom 1900, de dichting met klingerietschijven, passende binnen de flensbouten. De hoofdstoomleiding die stoom voert naar de 4 hoofdstoommachines en naar de 2 stoomturbines van de condensatie-inrichting, zal uitgevoerd worden als een ringleiding. In deze leiding zullen de nodige afsluiters geplaatst worden zodat er een grote bedrijfszekerheid ontstaat. Bij partieel gebruik van de stoomketels en machines hoeft ook slechts een deel van de leiding op druk gebracht te worden. Bij de constructie van de stoomleidingen zal rekening gehouden worden met de uitzetting door opwarming. De leidingen mogen niet gaan trillen bij draaien van de machines. De stoomleiding die de beide ketelvoedingswaterpompen voedt vormt een tweede ringleiding die aan alle ketels wordt aangesloten en eveneens van de nodige tussenafsluiters zal worden voorzien. Ook de ketelvoedingswaterleiding vormt een ringleiding die aan alle ketels en aan de 2 voorwarmers wordt aangesloten, eveneens met de nodige tassenafsluiters. De voorwarmers krijgen ieder een omloopleiding om een voorwarmer desgewenst te kunnen uitschakelen. Alle leidingen voor verse stoom, voor voedingswater en voor afgewerkte stoom worden met magnesiet bekleed ter isolatie. Bij de leidingen voor verse stoom en voor voedingswater worden ook de flensverbindingen geïsoleerd, met bekledingsstukken die losgenomen kunnen worden zonder beschadiging.

Reserve delen en gereedschappen

De volgende reserve delen dienen meegeleverd te worden:

  • Een stel zuigerveren voor de hoofdstoommachines.
  • Een volledig stel kleppen (of schuiven) met zittingen voor de stoomcilinders.
  • Een stel kussens voor elk van de asblokken.
  • Een stel metalen voor de krukaspennen en een stel voor de kruishoofdpennen.
  • Een stel van elke metalen pakking die bij de machines voorkomt.
  • Een stel pakkingsmateriaal voor elke pakkingbus.
  • Een stel zuigerveren en een stel kleppen voor de voedingspompen.
  • Twee stel smeltproppen voor de stoomketels.
  • Twee stel glazen voor alle gebruikte peiltoestellen.
  • Een stel vlampijpen voor een stoomketel.
  • 30 condensor pijpjes met bijbehorende dichtingsringen.

De volgende gereedschappen en instrumenten dienen meegeleverd te worden:

  • 5 complete sets stookgereedschappen.
  • Een pijpenrol voor de vlampijpen.
  • Stalen borstels.
  • Een bord met alle moersleutels nodig in de machinekamer.
  • Een bord met alle moersleutels nodig in de machinekelder.
  • Een bord met alle moersleutels nodig in het ketelhuis.
  • Pakkingtrekkers en dergelijke.
  • Twee complete indicateurs van Maihak met buitenveren.

Kortingen voor het niet halen van garantiecijfers

  • Capaciteit:
    Voor elk vol procent dat een pompinstallatie onder de gegarandeerde minimale capaciteit blijft heeft de provincie het recht één procent te korten op de gehele aanneemsom. Onder een pompinstallatie wordt verstaan; vier bemalingspompen, aangedreven door 2 hoofdstoommachines en de bijbehorende condensatie inrichting. De wekelijke capaciteit zal door metingen bepaalt worden.
  • Stoomverbruik:
    Bij overschrijding van het gegarandeerde stoomverbruik heeft de provincie het recht om bij elk vol procent overschrijding vier procent te korten op de gehele aanneemsom. Dit geldt per elk van de twee bovengenoemde pompinstallaties.
  • Grote afwijkingen:
    Bij afwijkingen van meer dan 5% dan kan de provincie het geheel of onderdelen afkeuren. De aannemer is dan verplicht deze te verbeteren of te vervangen op zijn eigen kosten. De directie heeft het recht om de gehele installatie of afgekeurde onderdelen te gebruiken tot nieuwe zijn geleverd, beproefd en goedgekeurd.

Garantie na oplevering

Na oplevering geldt er een garantie termijn van twee jaar. Gebreken als gevolg van onvoldoende afmetingen, onjuiste constructie of opstelling, slecht of ondoelmatig materiaal, enz, zullen op eigen rekening hersteld worden door de aannemer. Voldoet de aannemer niet aanstonds aan deze verplichting dan heeft de provincie het recht om gebreken naar eigen inzicht te laten herstellen door derden, dit echter voor rekening van de aannemer.

Sterke drank

Op de bouwplaats mag er door de werknemers van de aannemer geen sterke drank worden genuttigd. Bij overtreding kan er een boete aan de aannemer opgelegd worden van maximaal 10,- gulden.

Minimum loon en maximum werktijd

  • Minimum loon
    • Handlanger-sjouwer: 0,20 gulden per uur.
    • Ambachtsman-monteur: 0,26 gulden per uur.
    • Chef monteur of werkbaas: 0,30 gulden per uur.
    • Voor arbeiders van 18 tot 23 jaar oud geldt dat zij minstens 80% van bovengenoemd basis minimum uurlonen moeten verdienen.
    • Voor arbeiders onder de 18 jaar oud geldt dat zij minimaal 30% van het basis minimum uurloon moeten verdienen.
  • Arbeidstijden
    • De maximale werktijd is 12 uur per dag, (de schafttijd niet meegerekend).
    • Op zondagen en erkende christelijke feestdagen wordt er niet gewerkt.
    • De rust- en schafttijden worden, naar plaatselijk gebruik, in overleg afgesproken.
  • Er kan ontheffing verleend worden omtrent de arbeidstijden als:
    1. hierom wordt verzocht door de werklieden zelf;
    2. dit voor de voortgang van het werk noodzakelijk is. In dit laatste geval geldt:
      • voor het 1e uur overwerk een toeslag van 15%
      • voor het 2e uur overwerk een toeslag van 20%
      • voor het 3e uur overwerk een toeslag van 30%
      • daarna geldt een toeslag van 50% boven het gewone loon;
      • voor werk op zon- en feestdagen geldt een toeslag van ten minste 100% bovenop het gewone loon.

Betaling

  • De eerste termijn van 25% wordt betaald wanneer de helft van de onderdelen is aangevoerd op de bouwplaats.
  • De tweede termijn van 25% wordt betaald wanneer de tweede helft van de onderdelen is aangevoerd op de bouwplaats.
  • De derde termijn van 10% wordt betaald wanneer de eerste helft van de installatie is gebouwd.
  • De vierde termijn van 10% wordt betaald wanneer de tweede helft van de installatie is gebouwd.
  • De vijfde termijn van 20% wordt betaald wanneer de gehele installatie is opgeleverd en de garantiemetingen zijn uitgevoerd.
  • De zesde termijn van 10% wordt betaald wanneer de garantieperiode van 2 jaar is verstreken. Over deze laatste termijn wordt een rente vergoed van 5 % per jaar, gerekend vanaf het moment van oplevering.

Inhoud van de aanbieding

De aanbieding voor de machine-installatie moet het volgende bevatten:

  1. Duidelijke tekeningen van de aangeboden stoomketels met oververhitters, van de stoomwerktuigen en van de centrifugaalpompen.
  2. Een beschrijving van de aangeboden installatie. Hierin mogen ook voorstellen gedaan worden om het ontwerp aan te passen mits de voordelen die deze wijzigingen opleveren grondig gemotiveerd worden.
  3. Een opgaaf van het stoomverbruik per waterpaardenkracht. Waarbij;
    • twee stoompompwerktuigen dienst doen,
    • de opvoehoogte tussen 0,8 m en 1 m ligt,
    • iedere pomp ten minste 112 waterpaardenkrachten levert.
    Het gegarandeerde stoomverbruik is inclusief het stoomverbruik van de hulpwerktuigen voor de condensatie. Bij het beproeven zal het stoomverbruik worden bepaald door het condensaat te wegen. Hierbij zal de verdamper zoveel voedingswater suppleren dat het waterpeil in de stoomketels gelijk blijft.
  4. Een opgaaf van de pomp capaciteit bij verschillende opvoerhoogten en het benodigd toerental daarvoor. Een afwijking van maximaal 5% in het opgeven toerental zal worden toegestaan.
  5. Een prijsopgave voor de complete levering inclusief montage.
  6. Een opgaaf van de levertijd van de eerste helft van de machine-installatie en van de tweede helft. Elke helft bestaat uit 4 stoomketels en 2 stoomwerktuigen drijvende 4 pompen met alle bijbehorende hulpwerktuigen.


Ondertekening

Goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Friesland. Leeuwarden, 4 maart 1915.


P.A.V. van Harinxma Thoe Sloten, voorzitter.

A.G. Menzel, loco-griffier.


Goedgekeurd door de minister van waterstaat bij schrijven van 2 maart 1915.


Verschillen met wat er gebouwd is

Zoals aan het begin aangegeven is dit het bestek waarmee machinefabrieken benaderd zijn om een aanbieding uit te brengen. Wat er uiteindelijk gebouwd is wijkt op een aantal punten af van wat er hier beschreven is. Een aantal in het oog springende verschillen zijn:

  • In het bestek wordt uitgegaan van 8 stoomketels en 2 schoorstenen, in de uitvoering zijn dit 6 stoomketels en 1 schoorsteen geworden.
  • In het bestek is de lagedrukcilinder achter de hogedrukcilinder voorzien, in de uitvoering is dit omgedraaid.
  • In de tekening bij het bestek wordt uitgegaan van een dubbelwerkende hogedrukcilinder, in de uitvoering is dit een enkelwerkende geworden.
  • Bijschakelruimten in de lagedrukcilinder worden niet nodig geacht maar zijn wel gerealiseerd.
  • In het bestek is een eenvoudigere reiniging voorzien van het condensaat/ketelvoedingswater. Filterpersen worden niet voorzien.
  • In het bestek zijn de bemalinspompen van het overslag type, in de uitvoering zijn dit onderslag pompen geworden.
  • In het bestek wordt een stoomturbine gespecificeerd om de hulpwerktuigen van de condensatie-inrichting aan te drijven, in de uitvoering is dit een zuigerstoommachine geworden.


Bronnen

  1. Tresoar, Archief van de Provinciale Waterstaatsdienst van Friesland (archief nr. 9-01) Inv. nr. 914: Stukken betreffende het voorbereiden, leveren en bedrijfsvaardig opstellen van de bemalingsinstallatie, met tekeningen, 1911-1932. [Link naar document "Bestek 1"] [Link naar tekening bij "Bestek 1"]