Waterschap

Uit wiki

Ga naar: navigatie, zoeken

Waterschap

Waterschap Algemeen

Een waterschap of hoogheemraadschap is een overheidsinstantie die in een bepaalde regio in Nederland tot taak heeft de waterhuishouding te regelen.
Ook wordt de term waterschap gebruikt, om de regio aan te duiden waarover die instantie zeggenschap heeft. Het gebied wordt niet bepaald door gemeente- of provinciegrenzen, maar door stroomgebieden of afwateringsgebieden in een bepaalde regio.
Als een waterschap aan zee ligt, wordt dit met name in Holland een hoogheemraadschap genoemd.
Per 1 januari 2011 zijn er 26 waterschappen in Nederland.

490×600px

Waterschappen behoren tot de oudste instituties van het Nederlandse staatsbestel.

In Fryslân vonden in de periode 500-1000 de eerste bedijkingen plaats in het terpenland van Westergo en Oostergo. In deze periode ontstonden hier de eerste zeepolders in de omgeving van Easterein en Tzum. Als de waterafvoer (spuien) van de polders door de naastgelegen polders onderling moet worden geregeld, ontstaan de eerste afspraken en waterschapswetten. Het Friese recht (vanaf 800) is in zijn grondvorm een waterschapsrechtgeving.

Het eerste officiële waterschap in Holland was het Hoogheemraadschap van Rijnland, dat in 1255 werd ingesteld door graaf Willem II van Holland.
Al eerder werkten dorpen en buurtschappen samen om de waterhuishouding te regelen. De oudste samenwerking vond plaats in Utrecht omstreeks 1122, toen twintig buurtschappen samenwerkten voor een afdamming van de Kromme Rijn onder Wijk bij Duurstede. In 1323 werd deze samenwerking het Hoogheemraadschap van den Lekdijk Bovendams.

Waterschappen vormen letterlijk de basis van de poldervorm: van oudsher hebben waterschappen de taak namens de bewoners van een bepaald gebied de waterhuishouding te regelen.
In polders is dat in eerste instantie de zorg voor de waterstand. Weliswaar hebben gemalen vrijwel overal de taak van de windmolens overgenomen, maar nog altijd blijft het land niet vanzelf droog. Het buiten houden van het water is van oudsher een algemeen belang, waarbij polderbewoners genoodzaakt waren samen te werken. Uit die noodzakelijke samenwerking zijn de waterschappen ontstaan. Zij nemen ook in de Nederlandse rechtsgeschiedenis een bijzondere plaats in.

254×119px

In Fryslân vervult één waterschap alle taken: Wetterskip Fryslân

Bestuur

Elk waterschap heeft een gekozen algemeen bestuur en een dagelijks bestuur, beide voorgezeten door een dijkgraaf of watergraaf (indien er geen belangrijke dijken binnen de waterschapsgrenzen liggen).

Het algemeen bestuur bestaat uit vertegenwoordigers van categorieën belanghebbenden: eigenaren van grond (de ingelanden), pachters van grond, eigenaren van gebouwen (tot 2008), bedrijven en sinds 1992 ook alle bewoners (de ingezetenen). De leden van het algemeen bestuur worden ook wel hoofdingelanden genoemd. Aan bepaalde belanghebbenden (bijvoorbeeld milieuorganisaties) kan de bevoegdheid worden toegekend leden te benoemen.

450×299px Het afleggen van de eed door de bestuursleden van Wetterskip Fryslân

Het algemeen bestuur kiest uit haar leden een aantal heemraden (soms hoogheemraden genoemd) om zitting te nemen in het dagelijks bestuur. Dit college van dijkgraaf en heemraden is te vergelijken met het college van burgemeester en wethouders bij een gemeente, al is een waterschapsbestuur monistisch, terwijl een gemeentebestuur inmiddels dualistisch functioneert. De dijkgraaf is voorzitter van zowel het algemeen als het dagelijks bestuur en wordt door De Kroon benoemd voor een periode van zes jaar.

Het algemeen bestuur wordt gekozen voor een periode van vier jaar middels de waterschapsverkiezingen. Daarbij werd tot 2004 niet op partijen gestemd, maar op individuele personen. Bij de waterschapsverkiezingen in november 2008 werd onder de nieuwe Waterschapswet voor het eerst een lijstenstelsel gehanteerd. Anders dan bij de andere verkiezingen (Rijk, provincie, gemeente, Europa) hoeven kiezers voor deze verkiezingen niet naar een stembureau, maar wordt er per post gestemd.

450×302px Het dagelijks bestuur van Wetterskip Fryslân

De bestuurlijke en financiële structuur van het waterschap is van oorsprong vastgesteld volgens het beginsel belang-betaling-zeggenschap. Volgens dit beginsel wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende categorieën belanghebbenden. In het gebied van het waterschap bevinden zich categorieën die meer belang hebben bij de taken van het waterschap dan andere categorieën. Verwacht kan worden dat een akkerbouwer meer afhankelijk is van het waterpeil dan iemand die alleen in het gebied van het waterschap woont, maar daar geen eigen huis of land bezit. Volgens het beginsel belang-betaling-zeggenschap betaalt een categorie, die een verhoudingsgewijs groter belang bij de taken van het waterschap heeft, ook een groter bedrag aan het waterschap.
Deze hogere betaling leidt op zijn beurt weer tot een grotere zeggenschap in het waterschapsbestuur. Dus hoe groter het belang, hoe groter de betaling en ook hoe groter de zeggenschap.

De invoering van de categorie ingezetenen in het algemeen bestuur doet recht aan dit principe: de lasten van het waterschap zijn verhoudingsgewijs vooral sterk op het stedelijk gebied (ingezetenen, woningbezitters, bedrijven) komen te liggen. Dat laat onverlet dat de besturen nog altijd relatief veel agrarische vertegenwoordigers hebben.

De Nederlandse water- en hoogheemraadschappen zijn verenigd in een koepelorganisatie, de Unie van Waterschappen.

Taken

De volgende taken worden tot de taken van waterschappen gerekend: de waterkeringszorg, het waterkwantiteitsbeheer en het waterkwaliteitsbeheer.

Noordzee k.jpg


Daarnaast kunnen om redenen van doelmatigheid ook andere taken aan het waterschap worden toevertrouwd. Voorbeelden daarvan zijn wegenbeheer en vaarwegenbeheer. Dit zijn taken die in principe algemene democratische overheidslichamen zoals gemeenten of provincies toebehoren. Reden hiervoor is dat in zeer sterke mate bovenwaterschappelijke belangen bij deze taak zijn betrokken.

Op het gebied van wegen gaat het wel om de wegen en fietspaden buiten de bebouwde kom, dus tussen gemeenten in. Over het algemeen lopen deze wegen door polders en afgelegen gebieden. Ook zorgt het waterschap bij deze wegen voor onderhoud van de wegen, maar ook van de bermen langs de wegen.

Op het beleidsterrein van het waterschap kan het algemeen bestuur algemeen verbindende voorschriften vaststellen (verordeningen, keuren). Sommige besluiten behoeven de goedkeuring van de provincie (voorafgaand toezicht), ook kunnen reeds genomen besluiten onder bepaalde omstandigheden door de provincie worden geschorst of vernietigd (toezicht achteraf). Waterschappen worden ingesteld of opgeheven bij provinciale verordening.

Functionele democratie

Nederland is een gedecentraliseerde eenheidsstaat. Waterschappen zijn net als de provincies en de gemeenten gedecentraliseerde overheidslichamen.
Wat het waterschap onderscheidt van provincie en gemeente is zijn taak. Provincie en gemeente hebben in principe een onbepaalde taak, terwijl de taak van waterschappen bepaald is. Bepalend voor provincie en gemeente is het gebied waarbinnen zij verschillende taken vervullen. Provincie en gemeente worden daarom vormen van territoriale decentralisatie genoemd. De taak van het waterschap ligt uitsluitend op het gebied van de waterstaatszorg. Deze beperking van de taak maakt het waterschap tot een lichaam van functionele decentralisatie.

305×333px

Kosten

Een waterschap maakt kosten voor aanleg en onderhoud van dijken, kades en keringen; voor de inrichting, het onderhoud en het dagelijks beheer van waterwegen (poldersloten, duikers, vaarten, kanalen), poldergemalen, boezemgemalen en uitwaterende gemalen en (natuurvriendelijke) oevers. Hiermee wordt de waterkwantiteitstaak (zorgen voor droge voeten) en de waterkeringszorg (dijken, keringen en kades) ingevuld.

Een tweede, grote kostenpost voor veel waterschappen is de waterkwaliteitszorg, in casu het bedrijven, onderhouden en vernieuwen van afvalwaterzuiveringsinstallaties, persleidingen en rioolgemalen.

Een beperkt aantal waterschappen maken kosten voor het onderhoud van de wegen die zij in beheer hebben.

Heffingen

Ter dekking van de jaarlijkse kosten heft het waterschap diverse belastingen.

De opbrengst van de belastingen dient kostendekkend te zijn, omdat de waterschappen geen geld ontvangen van het rijk. Daarin verschillen ze van gemeenten en provincies, waarvoor het rijk het gemeentefonds respectievelijk provinciefonds vult, terwijl openbare lichamen BES die gefinancierd worden vanuit het BES-fonds.

Sinds de vernieuwde Waterschapswet kent elk waterschap één watersysteemheffing die in de plaats is gekomen van de aparte heffingen voor waterkwantiteit, waterkeringszorg en het kwaliteitsbeheer van oppervlaktewateren. De kosten die worden gemaakt voor deze taken worden verdeeld tussen inwoners in het algemeen (ingezetenenomslag), eigenaren van gebouwde objecten (omslag gebouwd) en ongebouwde object (omslag ongebouwd).

Voor de waterkwaliteitsbeheer (het zuiveren van afvalwater) heffen de waterschappen de verontreinigingsheffing (zuiveringsheffing). Deze heffing wordt opgelegd naar rato van het aantal vervuilingseenheden dat jaarlijks op het riool wordt geloosd en geldt zowel voor gebruikers/eigenaren van woningen als voor bedrijven.

350×233px

Financiering

Waterschappen kunnen voor de financiering van grote projecten langlopende leningen afsluiten bij de Nederlandse Waterschapsbank of bij andere financiële instellingen.

Discussie over de toekomst van waterschappen

Gedurende de laatste jaren is regelmatig gediscussieerd over de toekomst van de waterschappen.
Een deel van de politieke partijen en het merendeel van de provincies pleit voor opheffing van de waterschappen en het onderbrengen van het waterbeheer bij de provincies, omdat op deze manier -in hun ogen- geld zou kunnen worden bespaard en de bestuurlijke drukte kan worden verminderd.
Een andere genoemde optie is omvorming van de waterschappen tot gedeconcentreerde rijksdiensten, die rechtstreeks onder Rijkswaterstaat vallen. Voorlopig blijven de waterschappen bestaan.

De waterschappen zelf verdedigen hun bestaansrecht door er op te wijzen dat het opheffen van de waterschappen financieel gezien weinig oplevert, en de bestuurlijke drukte maar minimaal vermindert. Zij vrezen dat waterveiligheid en het waterbeheer hierdoor in gevaar kunnen komen. Ook wanneer de waterschappen blijven bestaan kunnen zij hun kosten verminderen, bijvoorbeeld door fusies en vermindering van het aantal waterschapsbestuurders.

(Informatie:
Wikipedia
Overheid.nl".)