Noordoostpolder

Uit wiki

Ga naar: navigatie, zoeken

Noordoostpolder

De Noordoostpolder is de eerste grote polder die in 1942 is drooggevallen nadat de Afsluitdijk in 1932 was aangelegd en daarmee de Zuiderzee veranderde in het veel zoetere IJsselmeer.

Over de plannen om de Zuiderzee weer terug te veroveren op het water is al vanaf de 17e eeuw nagedacht. Dit is ook de periode waarin in Noord-Holland de eerste grote droogmakerijen werden drooggelegd: Beemster, Purmer en Schermer. Hendrick Stevin presenteerde in 1667 al een eerste plan om tussen Den Helder een dijk aan te leggen naar Texel en zo van eiland naar eiland. Vanaf het Oerd op Ameland zou er dan een dijk naar het vast land van Friesland worden aangelegd. In het plan van Stevin was alleen Schiermonnikoog nog een eiland. De Zuiderzee zou nu een binnenzee of binnenmeer worden. De gedachte van Stevin is zo gek nog niet: je legt een beperkt aantal kilometers nieuwe zeedijk aan om een veel groter gebied te beschermen. Iets vergelijkbaars is met het afsluiten van de Lauwerszee gedaan: door de dijk bescherm je al het aangrenzende land in Fryslân en Groningen zonder de dijken extra te verhogen.

Inpolderen van de Zuiderzee was in de 17e eeuw echter nog een brug te ver, het zou vooralsnog bij een ,,aanvaardbaar risico" blijven. Maar wie kijkt naar de indrukwekkende lijst grote overstromingen langs de Zuiderzee weet dat dit een utopie is geweest. De Zuiderzee was niet beheersbaar.

In de 19e eeuw worden er opnieuw plannen gemaakt om de Zuiderzee geheel of gedeeltelijk droog te maken en in te polderen.
(Voor de diverse plannen die er ooit gemaakt zijn, zie ook: Flevoland)

423×599px
ir. C. Lely, getekend door H.J. Haverman

Met het plan van ir. Cornelis Lely uit 1891 komt de indeling in grote lijnen overeen van wat er uiteindelijk is gerealiseerd. Overigens heeft het daarna nog bijna twintig jaar geduurd, voordat Koningin Wilhelmina in de troonrede van 1913 zou zeggen, dat de tijd gekomen was om een begin te maken met de afsluiting en de droogmaking van de Zuiderzee. De watersnoodramp van 1916 gaf de laatste zet aan het hele plan en in juni 1918 werd het wetsvoorstel gepubliceerd in de Staatscourant.

Na de kleine proefpolder bij Andijk is de Wieringermeerpolder als eerste grote Zuiderzeepolder gerealiseerd, om ervaring op te doen en als voorbereiding op de aanleg van de Afsluitdijk. De Wieringermeer is 20.000 ha. groot en viel in 1930 droog.

De Afsluitdijk was in 1932 een feit.

500×343px

Met de aanleg van de Noordoostpolder werd in 1937 begonnen door de dijk om de nieuwe polder van 48.000 ha. aan te leggen en in september 1942 viel de polder droog.
Er zijn gemalen gebouwd om de polder droog te houden: Buma bij Lemmer, in 1940 in werking gesteld, Smeenge bij Vollenhove in 1941 in werking en gemaal Vissering bij Urk kwam in 1942 in bedrijf.

Bij het ontwerp van de polder heeft men zich verkeken op afwatering van het ,,oude land". De polder ligt tussen de plaatsen Lemmer en Blokzijl vrijwel helemaal vast aan het oude land. Tussen Blokzijl en Vollenhove is het Vollenhovermeer ontstaan. Er was geen of in ieder geval onvoldoende ruimte vrijgehouden voor de afwatering vanuit een deel van Friesland en de Kop van Overijssel op het IJsselmeer. Bij de andere twee polders Oostelijk en Zuidelijk Flevoland is deze fout rechtgezet en kwam er ruimte voor brede randmeren.

In de eerste jaren tot aan de bevrijding van de polder op 17 april 1945 bood het nieuwe land onderdak aan tal van verzetsstrijders. Duitsers durfden zich nauwelijks in het ontoegankelijke gebied te laten zien.

Met het droogvallen van de Noordoostpolder kwam er ook een definitief eind aan de zelfstandigheid van het eiland Urk, dat nu geen eiland meer was, evenals het onbewoonde eiland Schokland dat nu ook droog viel.

De Noordoostpolder zou vooral een agrarische bestemming krijgen. Veel boeren uit voormalige Zuiderzeesteden werden uitgeplaatst, het begin van het einde van de stadsboeren in bijvoorbeeld Blokzijl en Stad Vollenhove.
Met rijkssubsidie werden deze boeren naar de nieuwe polder gelokt, ook kregen ze hier veel meer hectares in gebruik dan in de oude situatie. Zij kregen vooral een plaats in de strook tegenover Kuinre en Blankenham.

Behalve de voormalige stadsboeren konden ook boeren die oorlogsschade hadden geleden met voorrang een plaats krijgen in de Noordoostpolder. En na de Ramp van 1 februari 1953 konden de getroffen boeren uit Zeeland, Noord-Brabant en Zuid-Holland in de polder terecht.

Er was volgens het verkavelingsplan van 27 juni 1950 ruimte voor 1484 landbouwbedrijven, daarnaast waren er nog 92 staatslandbouwbedrijven, 94 fruitteeltbedrijven en 130 tuinbouwbedrijven.
In 1988 waren er na verkoop van gronden en herverkaveling nog 1558 agrarische bedrijven. Een deel van de grond was inmiddels bestemd als natuurgebied, omdat eerdere plannen niet allemaal gerealiseerd konden worden.

De inrichting van de Noordoostpolder doet denken aan de tijd van de nederzettingen: een hoofddorp en daaromheen een krans van kleine woonkernen. De afstand tot de hoofdkern: Emmeloord zou plm. 7 à 8 kilometer zijn. Deze kransdorpen zijn: Bant, Creil, Ens, Espel, Kraggenburg, Luttelgeest, Marknesse, Nagele, Rutten en Tollebeek. (hier is sprake van een bewuste planologie)

600×359px

De naam Emmeloord komt van één van de buurtschappen op het eiland Schokland, datzelfde geldt voor Ens.

De Noordoostpolder bestaat uit twee gemeenten: Noordoostpolder met het bestuurlijk centrum in Emmeloord en de gemeente Urk. De Noordoostpolder maakt deel uit van de provincie Flevoland