Boezempeil

Uit wiki

Ga naar: navigatie, zoeken

Er is sprake van een boezempeil als dit is vastgesteld door het waterschap en in het verleden ook door Gedeputeerde Staten van een provincie.

Aan de hand van dit peil wordt de waterstand binnen de boezem geregeld.
Voor de polders binnen de boezem is het boezempeil van belang. Mocht er een overschot aan hemelwater zijn dan kan een polder dat niet onbeperkt uitslaan op de boezem.

Op het moment dat het boezempeil is bereikt zal het malen onderbroken moeten worden.
In veel gevallen zal een waterschap maatregelen nemen om er voor te zorgen dat de polders hun water in voldoende mate kunnen afvoeren.

Dat kan door het zogenaamde voormalen waardoor het boezempeil daalt, het water uit de boezem wordt afgevoerd naar een naastgelegen boezem (een voorbeeld hiervan is het water dat door het waterschap Velt en Vecht in Overijssel afgevoerd wordt naar de waterschappen Reest en Wieden en Groot Salland en het water van het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden dat bij Zwammerdam op de boezem van het Hoogheemraadschap van Rijnland komt), of een rivier of de zee.

De boezem van Friesland loost op het IJsselmeer, Lauwersmeer en de Waddenzee.

Door het water uit de polders weer in de boezem te stromen wordt het aanvankelijke verlaagde boezempeil weer aangevuld tot het streefpeil.

Voor de Friese boezem is dat -0.52 cm NAP.

IMG 1978 boezemzijde peilschaal.jpg

Ter vergelijking Groningen: -0.97 cm NAP.

De stand van het water kan op een peilschaal worden afgelezen. In het bezoekerscentrum is een onlineverbinding, waar voortdurend de actuele waterstand in de Friese boezem kan worden afgelezen.

Het ir. D.F. Woudagemaal wordt pas ingezet als de waterstand in de boezem -0.40 cm is, dan staat er tenminste 12 cm extra water. Een hoeveelheid die niet alleen maar door natuurlijke afwatering met behulp van sluizen en het Hoogland gemaal bij Staveren binnen een aanvaardbare tijd weggewerkt kan worden.